Horen, Zien en Zwijgen – al het goede komt in drieën.

Drie is een heilig getal, werd mij vroeger geleerd. Het ‘heilige’ aspect verwees naar de drie-eenheid vader, zoon en (heilige) geest. Op school, thuis en in de kerk werd deze drie-eenheid met geheimzinnigheid omgeven. Het woord ‘heilig’ bleek moeilijk te definiëren; bovendien kende ik het vooral als scheldwoord in “heilig boontje!”. Ik begreep er niet veel van… en niemand kon het me uitleggen. Later leerde ik dat het getal drie ook een heel eenvoudige en praktische kant heeft. Een verhaal in drieën werkt. Daar is niets geheimzinnigs aan. Op de lagere school leerde ik: inleiding, kern, slot.

horenzienzwijgen

Op internet is veel over de drieslag te vinden: artikelen waarin het succes van de drieslag door de eeuwen heen wordt beschreven.
Sharon McNary belicht de de drieslag vanuit de journalistiek in dit artikel (november 2017). Ze eindigt met een verwijzing naar nog twee manieren om je verhaal te structureren (o.a. “De reis van de Held van Joseph Campbell”).
Een ander artikel schrijft de Nederlandse Ron Jacobs over de dramatische effecten van de drieslag: “Profiteer van het getal 3: swingend, strak en sexy” (april 2014). Hij legt helder uit waarom de drieslag zo goed werkt. Een reeks van voorbeelden van heden naar verleden passeert de revue.

Het idee van de drieslag werd al gebruikt door Aristoteles, hij maakte onderscheid tussen drie middelen van overtuiging: ethos, pathos en logos. Een spreker moet deskundig en sympathiek overkomen als hij geloofwaardig wil zijn (ethos). Zo wek je vertrouwen bij je publiek. Om een publiek in beweging te krijgen moet je op de emoties van de luisteraars kunnen inspelen (pathos). Tenslotte overtuig je je publiek met logisch redeneren en wetenschappelijke onderbouwing (logos).

Wim Daniëls, schrijver, taalkundige, cabaretier en spreker speelt elke zondag een taalspel met zijn volgers op Twitter.
Zo deed hij eens een oproep om hem te voorzien van zoveel mogelijk #trionades: “vaste combinaties van drie woorden of namen”.
Dat leverde een door hem ingezette hilarische en lekker-bekkende reeks van drieslagen op. Van “horen, zien en zwijgen” via “nee, nee en nog eens nee” tot “rats, kuch en bonen” (wie inspiratie op wil doen vindt ze hier).

Voor sprekers is de drieslag een praktische ondersteuning in de de opbouw van een voordracht, presentatie of verhaal. Dat je bijna ieder verhaal kunt opbouwen, vertellen en laten onthouden met een drieslag als kern is wel zo handig om te weten. Stel maar eens een pitch op of maak een presentatie. Voorzie die van een inleiding, een kern en een slot en je zult zien dat deze indeling makkelijk werkt, zowel voor jou als spreker als voor je publiek. Om het helemaal af te maken kun je de kern ook nog in drieën delen. Daarmee geef je je boodschap ook een goed overdraagbare en prettig op te nemen structuur. Dat kun je met “1, 2 en 3” doen, met “waarom, hoe en wanneer” of met andere kernwoorden. Het resultaat blijft hetzelfde: een helder en overzichtelijk betoog.

drieslag

Wil je ook met dit ‘drieslag-bijltje’ hakken? Je bent van harte welkom om een sprekerstraining, presentatietraining of podium-training te komen volgen! Of het nu om “kort, bondig en helder” te vertellen is of om “stevig, duidelijk en interactief” op het podium te presenteren… 

Kiesdrempel of kiezersdrempel?

Tips voor politici en kiezers: Over spreekdrempels, vorm en inhoud.

We kennen het begrip “kiesdrempel”. Maar voordat een politicus zich daar op kan richten moet eerst de “kiezersdrempel” worden gehaald. En om daarin te slagen moet je eerst de spreekdrempel passeren.

Illustraties: Paweł Kuczyński

We beginnen bij de Spreekdrempel. Die drempel is de kritieke grens voor het wel of niet verstaanbaar overbrengen van een boodschap. Eén en ander hangt hierbij af van de vorm die een politicus hanteert. Iedere spreker heeft mogelijkheden en beperkingen. Een binnensmonds sprekende politicus met een zwaar en onbekend dialect is moeilijk of niet te volgen. Ook spreekomstandigheden zijn bepalend: lawaai van morrend volk of muziek, een (te) grote ruimte of piepende microfoon bijvoorbeeld kunnen verhinderen dat een boodschap verstaanbaar bij de luisteraar landt.

Om de spreekdrempel te halen, moet dus de vorm (stem, spraak, techniek) in orde zijn.

Wat is dan de kiezersdrempel? – Inhoud als uitgangspunt. Het draait natuurlijk allemaal om de inhoud. Een politieke boodschap moet duidelijk zijn en tegelijkertijd voldoende ruimte aan nuance en nadere uitleg bieden. Begrijpelijkheid staat voorop; wie niet begrepen wordt komt alleen te staan. Als politicus let je op je woordkeuze; begrijpelijke taal is een eis. Verval echter niet in Jip-en-Janneke taal; publiek dat zich gekleineerd voelt haakt af. Wil je meer mensen betrekken, spreek dan in algemeen bekende termen. Een ruime woordenschat helpt daarbij. Jargon is alleen geschikt voor de kleine ‘incrowd’. Kies je woorden zorgvuldig en rangschik ze in overzichtelijke zinnen. Zorg voor een duidelijk onderwerp en bouw je verhaal goed op. Op die manier kun je in een later stadium makkelijker reageren op vragen via samenvatting, verwijzing, nieuwe formuleringen, extra uitleg, verklaringen en achtergronden. Je verhaal moet een duidelijk omlijnde inhoud bevatten die door de luisteraar is op te pakken. Als tenslotte de inhoud van de boodschap goed op de groep luisteraars is afgestemd kan ook de kiezersdrempel gehaald worden. Potentiële kiezers kunnen nu op basis van de inhoud gaan kiezen.

Inhoud en/of vorm? Politici kunnen dus onder de kiezersdrempel stranden door een gebrek aan inhoud. Toch is het nog maar de vraag of de inhoud daarin doorslaggevend is. Gelden voor de inhoud net zulke strenge ‘verstaanbaarheidsnormen’ als voor de vorm? Spreken zou in feite niets anders moeten zijn dan een verbale vormgeving van de inhoud. Maar in de praktijk is dat vaak anders. De balans tussen vorm en inhoud is niet altijd even makkelijk te vinden en kan van de ene naar de andere kant doorslaan. Waar de ene politicus zich toelegt op het uiteenzetten en toelichten van plannen, zal de ander zich daar in de meest algemene bewoordingen over uitlaten. Aan de kwestie in welke mate een politicus inhoud of vorm laat prevaleren wordt tegenwoordig veel aandacht besteed. (Alleen al aan beschouwingen over de keuze voor inhoud of vorm gaat veel inhoud verloren.) Worden kiezers benaderd met kennis, feiten en argumenten of met mooie praatjes, plaatjes en goede (of slechte) manieren? Het ongrijpbare element ligt besloten in het feit dat de vorm invloed heeft op de inhoud. Hoe kan dat? Laten we eens kijken hoe dat in zijn werk gaat…

“Vorm” nader bekeken (1) – Verstaanbaarheid Het spreekvolume is direct gerelateerd aan omstandigheden die aanwezigheid van de spreker vragen: Een slechthorende bejaarde op de markt, een roezemoezend publiek in een lawaaiige, grote ruimte en een vertrouwelijk gesprek in een rustig restaurant vragen om een flexibele instelling. Een spreker die boven de drempel uit wil komen moet beschikken over een ‘volumeknop’ die de omstandigheden compenseert. Een andere oplossing is te vinden in het gebruik van en de omgang met de juiste geluidsversterkende middelen (microfoon, megafoon). In de (uit)spraak van een spreker kan ook een beperkende factor schuilen: Een licht accent (stadse of streekdialecten), een iets slissende [s] of licht gestotter kan aanvankelijk tot opmerkingen of zelfs hilariteit kunnen leiden. Dergelijk lichte afleidingen in de vorm zullen een spreker niet direct aantasten in zijn verstaanbaarheid en kunnen de spreker zelfs een zekere charme verlenen. De spreker wordt gehoord en verstaan. Een slechte articulatie of gemompel, gebrek aan volume, zware spraakgebreken of onvervalste stad- of streekdialecten kunnen wél leiden ze tot onverstaanbare spraak. Onverstaanbaarheid levert te veel vraagtekens op en leidt bij de luisteraar tot onbegrip en uiteindelijk tot desinteresse. De luisteraar haakt af – het heeft geen enkele zin om verder te luisteren. Verstaanbaarheid is het eerste en meest functionele criterium om boven de spreekdrempel te belanden. Onverstaanbare politici doen er goed aan om aan hun stem en spraak te gaan werken (en kunnen anders beter inpakken of zwijgen). Het Stemgebruik en de articulatie van politici moet gemiddeld tot voldoende zijn ontwikkeld om de spreekdrempel te halen.

Alle huidige fractieleiders (en de meeste politici) voldoen aan dit criterium. Als zij over de juiste inhoud beschikken, hoeven zij zich daarover dus geen zorgen te maken*.

“Vorm” nader bekeken (2) – Charisma en charme, karakter en intentie Nu de minimale spreekdrempel (verstaanbaarheid) is gehaald, kunnen we het over de vormgeving van de inhoud hebben. Want: zoals het oog wat wil hebben, de oren willen dat óók. Anders dan bij ‘verstaanbaarheid’, vergt deze vorm-eis veel meer van de vaardigheden van een spreker. Als een spreker zijn inhoud wil vormgeven, moet hij beschikken over voldoende beweeglijkheid op het gebied van: Toon (melodie), Tempo (ritme), Stemkleuring / timbre (karakter) en Volume (dynamiek in de ruimte). Hoe brengt een politicus de boodschap? Met welke intentie? Vriendelijk en redelijk? Strijdbaar en krachtig? Klagerig of verwijtend? Hakketakkend of aalglad? Bescheiden en dringend? En: Maakt dat de boodschap geloofwaardig of aantrekkelijk voor de potentiële kiezer? En in welke hoedanigheid spreekt de politicus? Vaderlijk/moederlijk? Als specialist of wetenschapper? Als leider of als strijder? Als onderwijzer of goeroe? Als voorvechter of protesteerder? Al deze intenties en karakters komen door bovengenoemde vorm-elementen tot stand. En als kiezers een bepaalde vorm als geloofwaardig of (on)aantrekkelijk beoordelen, dan zegt dat ook iets over deze kiezers als luisteraar. Persoonlijke voorkeur voor een spreker, de mate waarin de vorm door een luisteraar wordt gewaardeerd… De politicus die er in slaagt om op dit front de meeste luisteraars te behagen, trekt de meeste luisteraars over de kiezersdrempel.

Bevlogen politici gebruiken deze vormfactor om “congruent” te zijn: hun persoonlijke beweegredenen en overtuigingen vallen samen met het karakter waarmee zij hun spraak vormgeven. Lukt dat, dan vliegen termen als ‘inspirerend, charismatisch, meeslepend, gevoelig, warm, recht-door-zee en indrukwekkend” hen om de oren. Lukt dat niet, dan vallen typeringen als “afstandelijk, kil, nietszeggend, zeurderig, arrogant, geacteerd, gemaakt of overdreven” de spreker ten deel. Een politicus kan ook doorslaan met een knieval naar de vorm : om populair over te komen en publiek aan zich te binden. De vorm wordt belangrijker dan de inhoud. Daarmee hoeft de link naar de innerlijke drijfveren of motivatie niet verloren te gaan. Wel ontstaat het gevaar dat de relatie met de inhoud meer en meer wordt verbroken. Door een verhaal bijvoorbeeld niet (meer) op feiten te baseren. Of door niet-representatieve voorbeelden aan te dragen. Door kiezers naar de mond te praten, standpunten makkelijk te wisselen. Er komen niet zelden valse beloften of leugens aan te pas; de politicus doet zich beter voor dan hij of zij is. Het geluid van een dergelijke spreker refereert niet meer aan mogelijk aanwezige kennis bij de luisteraar maar probeert alleen maar aan te sluiten bij het geluid van de potentiële kiezer om draagvlak en “resonantie” te verkrijgen. Het hanteren van deze vorm kan leiden tot ijdele keuzes; het feit dat een potentiële kiezer zich voelt aangesproken is op dat moment belangrijker voor de spreker. Het doel heiligt de middelen; de vorm sluit aan bij de intentie van de politicus. Deze bereikt hierdoor zijn doel: de kiezersdrempel overschrijden.

Kiezen of delen – Pro forma en contra forma Een welsprekend politicus kan zijn ideeën onderstrepen en in debatten zijn tegenstanders verslaan door de vorm adequaat te hanteren.

Echter: een politicus die zich verliest in welsprekendheid kan de schijn tegen zich krijgen: “te gladjes, de waarheid verhullend, hypocriet, alles mooier maken dan het is, het klinkt zo gemakkelijk als jij het zegt, jij kan zelfs poep verkopen of het goud is…” Ook al is de inhoud krachtig en helder, de geloofwaardigheid daalt, deze is “te mooi om waar te zijn”.

Een gebrek aan vorm hoeft daarentegen niet erg te zijn. Kiezers hebben wel aanmerkingen (“wat een boers accent, wat een botterik, wat een afschuwelijke stem”) maar kunnen duidelijk gemarkeerde inhoud en concrete argumenten en motivatie wel op waarde schatten.

Het is natuurlijk het mooist als de kiezer over de drempel wordt geholpen op grond van een evenwichtige verdeling van vorm en inhoud. Vóór u kiest is het daarom misschien redelijk om u af te vragen waar de beweegredenen voor uw keuze hun oorsprong vinden. Bent u overtuigd, overrompeld, ingepakt of afgeschrikt? Bent u van mening veranderd of gemanipuleerd? Kiest u voor de inhoud of voor de vorm – of voor een prettige mix?

Sterkte met uw stem!

*) Aan het halen van de spreekdrempel kunnen geen rechten worden ontleend. Het halen van de spreekdrempel staat garant voor het halen van de kiezersdrempel, maar garandeert in geen enkel opzicht het behalen van de kiesdrempel.

Illustraties: Paweł Kuczyński Illustraties: Paweł Kuczyński

Meer van zijn werk – ga naar http://www.pictorem.com/profile/Pawel.Kuczynski

Sprekers-spagaat: authenticiteit of een koud kunstje?

Aaron Jasinski bron Chris DancyIllustratie: Aaron Jasinski | Bron: Chris Dancy

Als een spreker authentiek overkomt op een publiek, hoeft dat voor de spreker in kwestie niet “authentiek” te voelen. Sterker nog: een spreker kan sterk het gevoel hebben dat hij/zij acteert, hard aan het werk is en actief omgaat met alles wat er om hem heen speelt.

Spreken
Op het moment suprême is een spreker vaak geënerveerd, overalert en sterk geconcentreerd. De toestand waarin een spreker tijdens het spreken verkeert varieert in zijn eigen beschrijving nogal: van o.a. ‘druk in het hoofd’, “fysiek ingespannen”, “boven zichzelf uitgestegen” tot “ongelofelijk ontspannen”, “alsof het allemaal vanzelf kwam” en “alsof ik aan het surfen was”.
Belangrijk om te weten is, dat de oorzaak van dit gevoel ligt in de aard van de voorbereiding.

Wat vooraf ging
De inhoud is op orde. Lichaam en geest in conditie. Het professioneel inhoudelijke en het persoonlijk expressieve deel zijn uitvoerig aan de orde geweest: doorspreken, oefenen, trainen. In de voorbereiding wordt toegewerkt naar een definitieve voordracht, waarbij de spreker in staat is de inhoud doelgericht en functioneel op de omgeving af te stemmen. Elke nieuwe combinatie die voortkomt uit de aandacht voor beide kanten (professie en persoonlijkheid, inhoud en vorm), levert een nieuwe en unieke modus op. Hoe dat ook aanvoelt en hoe dat er ook uitziet.
Professionele inhoud en persoonlijk functioneren vallen samen in een eenmalige, unieke presentatie.

Actief handelen
Een goede spreker handelt niet vanachter een masker, doet geen ‘kunstje’ of ‘truc’ maar regisseert zijn handelingen vanuit een ander perspectief dan ‘iemand die praat’. Daarmee is een spreker regisseur en en acteur ineen.

Samenwerking
De regisseur houdt de vorm, inhoud, volgorde, timing en interactie in de gaten – speelt in op onverwachte gebeurtenissen met de nodige aanpassingen. De regie benut de speelruimte die er is.
De acteur speelt zijn rol en voert de handelingen uit (spraak, beweging, interactie) waarin hij is getraind.
De acteur laat zich ook niet afleiden door goedbedoelde maar éénduidige tips over de adembeweging, de positie van de handen of het lichaam, de richting van de blik of de toon van spreken. De acteur is bezig met zijn werk en doet alles wat nodig is om het gestelde doel* te behalen.

Gemak
Voor de buitenwereld is dat niet zichtbaar – men wacht af op wat gaat komen en luistert naar wat de spreker te vertellen heeft. Men ervaart de spreker als ‘een geboren spreker’ wiens taak hem gemakkelijk, ‘als vanzelf’ afgaat. Hierin kenmerkt zich de ware spreker.

Het geheim
Authenticiteit ligt niet alleen bij de spreker, maar is een gevolg van bewust handelen dat betekenis krijgt bij de gratie van uitwisseling. Een uitwisseling die de spreker bewerkstelligt tussen zichzelf en zijn publiek. Dat levert een oneindig aantal mogelijkheden op voor spreker en luisteraar!

*Het doel van een spreker kan nogal variëren. O.a:

verwelkomen, informeren, intermediëren, verbinden, onderrichten, adviseren, richten, onderzoeken, verkennen, verzoeken, inventariseren, motiveren, ondersteunen, coachen, delegeren, gebieden, eisen, commanderen, werven, verkopen, evangeliseren, pleiten, verdedigen, beoordelen, veroordelen, toelichten, beschouwen, filosoferen, overwegen, uitwisselen, delen, overtuigen, argumenteren, discussiëren, debatteren, becommentariëren, evalueren, waarderen…


 

#edl16 – Blog in het kader van de Europese dag van de Logopedie op 6 maart 2016

Taal, Spraak, Stem, Gehoor

Alex Boon traint sprekers met het vinden van de balans tussen professioneel en persoonlijk, integer en provocerend, functioneel en doelmatig, intentioneel en intuïtief, informeel en zakelijk, communiceren.


 

Stemmen Veinzen (of: De kunst van het Authentiek Imiteren)

groep vrouwen die de bewegingen van een schoener imiteert (Salvador Dali, 1940)Een groep vrouwen die de bewegingen van een schoener imiteert (Salvador Dali, 1940)

Surrealisme
Drie vrouwen die een schoener nadoen in de beeldtaal van Dali. Surrealisme?
Nabootsen, parodiëren, impressie geven, kopiëren, veinzen – het maakt een wezenlijk deel uit van ons bestaan. Ieder kind “doet wel eens een stemmetje”. Een dier, een monster of een tekenfilmstemmetje. Soms bauwen kinderen elkaar (of een volwassene) na – niet zelden met een spottende bedoeling.
Het spiegelende effect van een geslaagde nabootsing kan nogal confronterend zijn. Door iemand na te doen, kun je diens imago in een ander perspectief proberen te plaatsen. Negatief, door iemand omlaag te halen of belachelijk te maken (hij/zij zeurt, slijmt, is dom, onnozel of irritant, etc.). Of positief, door iemand op te steken als voorbeeldig (hij/zij is imposant, komisch/humoristisch, overtuigend, ad rem, kalm, gezagvol).

Imiteren als beroep
Sommige podiumartiesten hebben het imiteren tot kunst verheven. Jochem Meyjer volgde met zijn hoge tempo van rake imitaties de wat bezadigder werkend Robert Paul op. Spelers van TVprogramma Koefnoen (w.o. Paul Groote en Plien van Bennekom) en cabaretiers als Sanne Wallis de Vries maken kundig gebruik van hun vermogen tot imitatie. De Engelstalige imitator Jim Meskimen spreekt teksten van Shakespeare uit met de stemmen van een hele reeks “celebreties”. En acteurs als Kevin Spacey maken er een sport van om hun collega’s te imiteren.

Kopiëren
Imitatie van het gesproken woord is niet algemeen verbreid in gebruik. In de zangwereld komt stem-imitatie juist regelmatig voor. Een (veelal ‘beroemde’) zangstem is daarbij het doelgeluid. Jonge en meestal beginnend zangers en zangeressen streven naar het geluid van hun popidool. Dit kopiëren van een stem gaat niet zelden ten koste van het ‘eigen’ geluid. Om die reden kunnen zij natuurlijk beter één van de vele zangtechnieken leren gebruiken (Ineke VandoornArtEZ / NVZ)!

Normaal

Geitenveinzer

Geitenveinzer

Soms doen “normale volwassen” een ander na. “Normale Mensen” Ronald Snijders en Fedor van Eldijk vermelden in hun boek ”De Alfabetweter – 1000 nieuwe woorden die het niet gaan redden” (Uitg. de Harmonie, 2013) zelfs termen voor volwassen imitators, zoals daar zijn: ‘de geitenveinzer (hij die doet alsof hij een geit is) ‘de paardenveinzer’ (iem. die doet alsof een bepaald beest een paard is) maar ook ‘de groenteparodist’ (iem. die groenten op spottende wijze nadoet). Eerlijk gezegd: “normale volwassenen” zijn het imiteren vaak verleerd. Stemmen imiteren wordt door hen afgedaan als kinderachtig, gek of grappig doen, ongepast en zelfs als slecht voor je stem. Jammer, want het vermogen om stemmen te kunnen imiteren heeft ook een functionele kant!

Alles doet mee
Bij stemmen imiteren dekt het woord “stem-imiteren” de lading niet helemaal. Bij een goed geslaagde imitatie worden ook spraak (articulatie en accent) woordenschat, zinsbouw, mimiek en houding nagebootst. Doe maar eens een poging om een familielid, de koning(in), een andere bekende Nederlander of een middenstander uit de winkelstraat te imiteren. Er verandert dan onmiddellijk iets in je hele houding, je gebaren, je manier van voorkomen, je taalgebruik en je accent.

Leren
Imiteren is – naast een speelse en leuke bezigheid een onontbeerlijke menselijke vaardigheid (lees bijvoorbeeld “imitatie en innerlijke representatie” door de ontwikkelingspsycholoog Jean Piaget). Door te imiteren komen we wat meer te weten over de ander; tegelijkertijd verkennen we onze eigen mogelijkheden. Dat komt van pas als je bijvoorbeeld luider wilt leren spreken. Of als je iets aan je accent wilt doen. Wanneer je je imitatievermogen gebruikt om accenten na te doen kun je het dus ook gebruiken om accentloos te leren spreken. Gebruik je het om een reus of heks na te doen, dan kun je in principe lager, luider of hoger spreken dan ‘normaal’…

Toepassen
Imitatietechniek valt als leerweg te overwegen wanneer je snel iets onder de knie wilt krijgen. Imitatie is praktisch inzetbaar tijdens stem- en spraaktraining – je kunt er ‘kort door de bocht’ mee werken. Wellicht maakt het dat je tijdens het imiteren even het idee krijgt dat je jezelf niet bent. Maar zodra je je een nieuw geluid eigen hebt gemaakt dat ook nog eens functioneel blijkt te zijn, dan is dat geluid (die stem, dat volume, die melodie, die kracht of mildheid, die klank, die uitspraak, dat tempo) als kleur op je persoonlijke palet onder te brengen. Klaar om ingezet te worden waar en wanneer dat maar nodig mag zijn.

2mast schoener

Realiteit

Om de stap van surrealisme naar realiteit te maken: Het is best prettig om te kunnen imiteren wanneer je zelf een speedboot bent die voor de gelegenheid gevraagd wordt een schoener te spelen. Of andersom.