Haal die kurk uit je mond!

“Stop er maar een kurk in”, hoor je wel eens fluisteren als iemand eindeloos doortettert op het moment dat er bij niemand meer de behoefte bestaat om te luisteren.

Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar diezelfde kurk, bedoeld om de spraakwaterval te stoppen, wordt ingezet bij het oefenen van spreken – en dat is niet bij iedereen bekend.

Veel acteurs, voice-overs en sprekers, maar ook zangers en logopedisten worden in hun studietijd geconfronteerd met de ‘kurk-oefening’.

mond kurkIn het ideale geval wordt zowel op stem- als op articulatie niveau de spraak in positieve zin beïnvloed door deze kurk-oefening. De stem gaat vrijer en volumineuzer klinken, de spieren in de kaak worden warm en beweeglijk, de mondopening wordt ruimer. Eén en ander valt of staat wel met de manier waarop instructie wordt gegeven en in sommige gevallen werkt de oefening traag, nauwelijks of niet bijster effectief (soms zelfs contraproductief). Dit heeft te maken met de verschillende opvattingen of de onbekendheid met de wijze waarop de oefening gedaan moet worden; ongunstige bij-effecten die het plaatsen van een kurk in de mond nu eenmaal veroorzaakt domineren vaak het succes van de oefening.

Kurk 1
De kurk, die volgens de één liggend tussen de voortanden en volgens de ander tussen de kiezen moet worden geklemd tijdens het oefenen kent namelijk enkele nadelen:
De natuurlijke spraakmotoriek en het mondgevoel worden verstoord, er ontstaat een te grote mondopening, er is beperkte lipbeweging en geen lipsluiting mogelijk en er wordt makkelijk ongewenste spanning opgebouwd door de actie van de kaken. Er moet zoveel energie gestopt worden in het omgaan met de nadelen van dit voorwerp in de mond, dat sommige studenten de oefening dan ook meer als een kwelling dan als een stimulans ervaren.

Kurk 2
Een technisch meer geschikte variant op de kurk-tussen-de-kiezen ziet er zo uit: plaats twee schijfjes kurk van 2 à 3 mm dikte links en rechts tussen de kiezen. De lippen kunnen nu tijdens het oefenen gesloten worden (wat bij de vorming van de [m] en de [p] praktisch is) Pas wel op: er bestaat gevaar voor verslikken. Bovendien is de smaak onaangenaam, breken de schijfjes gemakkelijk, laat de kurk regelmatig korreltjes in de mond achter (pffth!) en is het nogal een gedoe om de schijfjes voor eenmalig gebruik te vervaardigen en op hun plek te krijgen/houden.

Overige
Als alternatief voor de kurk worden er allerlei voorwerpen (uiteenlopend van pennen- en stiftdoppen tot aan afgezaagde tandenborstelstelen) tussen de tanden geklemd. Niet zelden schadelijk voor het gebit en menigeen is op het nippertje aan verstikking of verslikking ontsnapt bij het gebruik van dergelijke objecten voor spraakoefeningen. Een Amerikaanse raadt zelfs aan om een kunststof muurplug te gebruiken. Met het advies om er een vislijn door te rijgen (…).

Vingers
Tenslotte zijn er docenten die hun studenten instrueren in het gebruik van vingers of duim, door die tussen de voorste snijtanden te plaatsen. Verslikken is niet meer mogelijk en het gebit wordt gespaard. Wel kan de oefening pijnlijk zijn – bovendien ontstaat een onnatuurlijke houding en wordt de bewegingsvrijheid belemmerd. Enig voordeel is dat je voor deze variant je attributen altijd “bij de hand” hebt en je ze ook niet per ongeluk in kunt slikken…

Spreekbeentje
Maximaal effect wordt verkregen door gebruik te maken van een spreekbeentje, een klein voorwerpje dat speciaal ontworpen is om het mondgevoel, de mondmotoriek en de bewegingsvrijheid zo weinig mogelijk te verstoren tijdens het oefenen. Het kan op een veilige manier worden ingezet om te werken aan een ruim, ontspannen stemgeluid en een actieve en accurate articulatie. Het minimale formaat (dat om de hals wordt gedragen en tevoorschijn wordt gehaald op momenten dat er geoefend gaat worden) maakt het tot een praktisch gebruiksvoorwerp bij stem- en spraaktraining. En waar bij de kurk de instructie ontbreekt (plop!), is die bij elk spreekbeentje in de vorm van een klein boekwerkje of professionele stem- of spraakdocent altijd nabij.
Tip: Gebruik effectief en professioneel gevormd materiaal bij het oefenen van stem en spraak!

www.spreekbeentje.nl

Advertenties

Van de paplepel en de inhoud

Moerstaalpaplepel

Wie dit leest heeft leren praten. Vanzelf, automatisch – het is je met de paplepel ingegoten door vaders, moeders, broertjes, zusjes of wie zich ook maar over je heeft ontfermd in de vroege kindertijd. Vaak kun je aan iemand horen waar die paplepel is gehanteerd. Onze taal is rijk en kent vele variaties in de vorm van dialecten en accenten. Toen je wereld groter werd merkte je dat het er daar vaak anders aan toe ging dan ‘thuis’. Je leerde de taal van anderen kennen en soms ook spreken.

Opdissen

Nu je volwassen bent en weet hoe je jouw mogelijkheden ontwikkelt, is je wereld, je rol en de daaraan gekoppelde verantwoordelijkheid sterker gedefinieerd. Jíj bent nu degene die de paplepel hanteert. De inhoud daarvan dien je toe aan eenieder die gevoed moet worden. Je hebt gemerkt dat die taak varieert, afhankelijk van de maaltijd die je opdient of het publiek dat bij je komt eten.

Zware kost bijvoorbeeld, moet ‘mondjesmaat’ en ‘hapklaar’ worden aangeboden. Op smaak brengen doe je met zout en kruiden, de vertering bevorder je met je keuze en combinatie van de ingrediënten. En ach… voor toetjes die de maaltijd prettig en met voldoening af kunnen sluiten blijkt meestal nog wel plek te zijn. Zo stem je inhoud en vorm op elkaar af om het leerproces optimaal te laten verlopen.

Maar uiteindelijk geldt: “The proof of the pudding is in the eating”.

Eigen vermogen

Je spreekt naar vermogen. Je bedient kieskauwers & fijnproevers, gulzigaards & veelvraten en kunt kiezen voor “veel praten en weinig zeggen, praten als een kip zonder kop, spreken als Brugman”, of “recht uit het hart spreken”. Maar meestal “zingt ieder vogeltje zoals het gebekt is”.

Om in bijzondere omstandigheden (rumoer, grote zalen, intieme ruimtes, wandelpaden) en met specifieke spreekdoelen (onderhandelen, overleggen, functioneren, debatteren, informeren, overtuigen) te voorkomen dat “je spreekt voor dovemansoren” en “paar’len voor de zwijnen gooit”, kun je naar technieken grijpen die je inhoud toegankelijk maken zodat je iedere luisteraar bedient. Verstaanbaar en begrijpelijk overkomen eist dat je de inhoud zodanig vormgeeft dat je boodschap manifest is.

Besteed dus, behalve aan de pap, ook regelmatig aandacht aan jezelf, de lepel en de luisteraar. De inhoud gaat vóór de vorm, maar inhoud zonder vorm bestaat niet!

Tweerichtingsverkeer

naar rechtsZe geven je goed verstaanbaar en helder de juiste informatie op het juiste moment. Je begrijpt de boodschap. Waarom klinken de automatische stemmen uit de luidsprekers in het OV, van navigatieapparatuur, apps, voorlees- en vertaalprogramma’s dan vaak zo gekunsteld?

De woordcombinatie “naar rechts” wordt door de stem van een navigatiesysteem regelmatig gebruikt. Als jij diezelfde woordjes uitspreek klinkt dat, afhankelijk van de context, telkens nét even anders. Spreek de volgende zinnetjes maar eens duidelijk en hardop (!) uit. Luister intussen wat er met “naar rechts” gebeurt:
• ga naar rechts
• ga naar links, en daarna naar rechts
Je hoort in het tweede zinnetje de melodielijn opeens iets omlaag gaan (of bij sommigen juist nog sterker omhoog). En dan:
• rijdt de rotonde op en ga dan naar rechts
• ga naar rechts en daarna nog eens naar rechts
Bij de ene zin gaat “naar rechts” iets omlaag, Bij de volgende “naar rechts” gaat de stem dramatischer omhoog (vgl. met de allereerste). Bij de laatste “naar rechts” klinken de lettergrepen laag en op dezelfde hoogte. Vijf verschillende intonaties binnen vier vergelijkbare (categorie instructie van richting) zinnen! Subtiel beweegt je stem de melodielijn van twee lettergrepen omhoog en omlaag, blijft op één toon of verspringt juist van toon. De manier waarop verschilt ook nog eens per spreker.

Stel je eens voor hoe je “naar rechts” in een andere betekeniscontext zou uitspreken (vlak voor een dreigende botsing met een muur of tijdens een politiek debat). Een woord of zin kan meerdere betekenissen dragen. Om te laten horen wat je bedoelt breng je betekenisnuances aan. Dat doe je via intonatie. Onbewust, ‘ingegeven’ door je taalgevoel, je kennis, je intenties en je missie. Vrijwel terloops voorzie je je woorden en zinnen van intonatiepatronen en daarmee gepaard gaande subtiele bijbetekenissen.

Sarcasme, relativering, ondeugd of dwang worden hoorbaar doordat je automatisch de ‘pedalen’ toon, volume en tempo bedient. Je preciseert er je boodschap mee of voorziet deze van humor of ernst. Afhankelijk van de context heb je de keuze uit een keur aan intonatiepatronen. Je gebruikt er één om de ‘juiste’ betekenis en lading aan te brengen. Uiteindelijke doel: je boodschap zó overbrengen dat de luisteraar begrijpt wat jij bedoelt.

naar rechts uitgangHet zal nog wel even duren voordat spraaksynthese techniek en voorgeprogrammeerde spraak een stadium bereiken waarin zij ‘natuurlijke’ intonatie produceren. Het is een eindeloze taak om het aantal juiste intonatiepatronen in te spreken en toe te passen, of om een systeem te ontwikkelen dat gesproken taal net zo laat klinken als een mens van vlees en bloed. Als systeem slaagt het er doorgaans wel in om het doel (begrijpen wat er wordt bedoeld) te bereiken. Als spreker moet je evalueren in hoeverre je gebruik maakt van je mogelijkheden en of die voldoende zijn om je doel te bereiken. Als je je boodschap richting wilt geven, maak dan gerust actief gebruik van de pedalen om te horen wat je teweegbrengt.

Mijn Stem Is Beter dan de Jouwe

Onderzoek door hoogleraar psychologie Susan Hughes suggereert dat we onbewust onze eigen stem als aantrekkelijker waarnemen dan die van anderen.

Auteur: associate professor of psychology Susan Hughes, Ph.D.

Vertaling en bewerking: Alex Boon

kat leeuw spiegelingReading, Pennsylvania – Het blijkt dat het geluid van onze eigen stem ons best bevalt. Het kan echter zijn dat we ons dat niet realiseren.

Een recente studie door Susan Hughes, associate professor in de psychologie bij het Albright College, wees uit dat mensen hun eigen opgenomen stem onbewust als aantrekkelijker beoordelen in vergelijking met hoe anderen hun stem waardeerden, hetgeen opgevat kan worden als een vorm van onbewuste zelfwaardering.

“Mensen hebben over het algemeen de neiging zichzelf hoog in te schatten” zegt Hughes. “Men denkt vaak dat men over meer aantrekkelijke of betere kwaliteiten beschikt dan in werkelijkheid het geval is. Deze eigenschap is soms in gebruik als mechanisme om het gevoel van eigenwaarde te ontwikkelen of in de strijd tegen depressie. ”

De bevindingen zijn opgenomen in het artikel , “I Like My Voice Better: Self-Enhancement Bias in Perceptions of Voice Attractiveness” (“Ik Houd Meer van Mijn Stem: Zelfwaarderings Bias in de perceptie van vocale aantrekkelijkheid”) dat in oktober 2013 verscheen in het wetenschappelijk tijdschrift Perception.

Voor de studie beoordeelden 80 mannen en vrouwen de mate van aantrekkelijkheid van een scala aan verschillende stemopnames van mensen die van één tot tien  tellen. Zonder medeweten van de deelnemers namen de onderzoekers drie verschillende samples van de stemopnames van de deelnemers zelf in het aanbod op. De onderzoekers geloven dat de meeste deelnemers  hun eigen stemmen niet herkenden of zich niet realiseerden dan hun eigen stemmen onderdeel uitmaakten van het onderzoek, maar wel hun eigen stem als meer aantrekkelijk klinkend waardeerden dan hoe andere beoordelaars hun stem beoordeelden. Deelnemers waardeerden hun eigen stem ook hoger dan dat ze de stemmen van andere mensen waardeerden.

“Dit tijdperk van toegenomen narcisme in aanmerking nemend, levert deze studie verder bewijs voor het feit dat individuen zelfbeeld lijken op te blazen door te denken dat hun eigen stem aantrekkelijker is dan die van anderen”, zegt Hughes.

Het artikel suggereert dat de deelnemers hun eigen stem ook de voorkeur kunnen hebben gegeven louter als gevolg van het mere exposure effect – de neiging een voorkeur te ontwikkelen voor het bekende. Dit effect zou ook een factor van betekenis kunnen zijn geweest zelfs als deelnemers niet openlijk bewust waren van het feit dat ze hun eigen stem horen, volgens de studie.

Hughe’s, een expert in de evolutionaire psychologie en spraakwaarneming , was verrast door de resultaten , vooral omdat veel mensen melden dat ze niet van het geluid van hun opgenomen stem houden. Er is een duidelijk biologisch verschil in hoe we horen onze spreekstem intern waarnemen in vergelijking met onze waarneming van een opgenomen versie . (Vert: Zie ook artikel op http://www.rondjestem.nl: (” Wat klink ik gek..!”)

“Mensen zijn vaak teleurgesteld als ze het geluid van hun eigen stem via een geluidsopname horen,” zegt Hughes.

Albright College, 9 september 2013

Auteur: associate professor of psychology Susan Hughes, Ph.D.

Co-auteur: Marissa Harrison, Ph.D., assistant- professor of psychology, Penn State University’s Harrisburg campus

Oorspronkelijke tekst: http://www.albright.edu/news/releases/sep/voice%20attractiveness.html

Vertaling en bewerking: Alex Boon 4 april 2014

 

Sneller dan je echo – sneller dan je denkt

sneller dan...Snel praten is ín. Neem Matthijs van Nieuwkerk, de presentator van ‘De Wereld Draait Door’ Alom geprezen om zijn snelheid – of die nu sprekend of hardop voorlezend wordt behaald.

Traag spreken is úit: een politicus als Ivo Opstelten wordt na kort tijd door journalisten geïnterrumpeerd (en zo niet, dan hoop je stiekem dat dat gaat gebeuren).

De snelle sprekers die bij mij komen vertellen me echter dat ze negatief commentaar krijgen op hun hoge spreektempo. De oorzaak: óf ze worden niet meer verstaan, óf men volgt het verhaal niet (meer). Een aanpassing is gewenst, maar welke?

Geluid is traag. Weerkaatst geluid herken je als galm of echo – de schaduw van geluid. Licht is snel. Een gespiegeld beeld keert sneller terug naar ons netvlies dan een echo naar ons trommelvlies. Denken gaat ook snel. Sneller dan het geluid en misschien ook wel sneller dan het licht. Sneller spreken dan denken is niet mogelijk. Sneller spreken dan je denkt wel.

Je denkt altijd sneller dan je spreekt. En bij spreken gaan je hersens nog eens extra aan de bak! Gedachte selecteren, woordvoorraad aanspreken, formuleren. Daarna pas geluid maken en articuleren… Dit alles gebeurt in een mum van tijd en voor een groot deel onbewust. Technisch geformuleerd: Spreken is op geordende wijze herkenbaar geluid voortbrengen.

Matthijs olieverf op doekNiet te verstaan of niet te volgen: dat is de vraag. Als je sneller spreekt dan je kunt, wordt je onverstaanbaar. Als je te veel informatie geeft in korte tijd, ben je ook al gauw niet meer te volgen.

Spreek wanneer je onverstaanbaar bent eens luider, zachter, hoger of lager dan je gewend bent. Articuleer duidelijker of beweeg meer of minder. Let op of daardoor je tempo zakt en je verstaanbaarheid toeneemt.

En wanneer je als snelle spreker niet meer te volgen bent, wees dan bondiger, beperk je, licht verder toe of spreek korter.

Spreek niet sneller dan je gedachten – spreek hooguit sneller dan je echo, dan is deze de enige die je in de rede valt. En lúister eens, voor de afwisseling…

Alex Boon traint beroepssprekers in het over komen zoals ze zijn. Daarbij mogen zij gebruik maken van hun eigen verschijning en dynamiek. Niet in juiste manieren of goed gedrag kenmerkt zich de spreker, maar in een eigen(zinnige) confrontatie en uitwisseling met de luisteraar. Het ontdekken en trainen van vaardigheden om daar origineel, pakkend en duidelijk mee voor de dag te komen, is kenmerkend voor zijn werkwijze.

Lees ook / aanverwant:
“Hom of kuit – Moeten televisiepresentatoren langzamer spreken?” – Genootschap OnzeTaal, poll van Frank Jansen: https://onzetaal.nl/hom-of-kuit/moeten-televisiepresentatoren-langzamer-spreken
“Waarom mensen sneller praten als je ouder wordt” – Elektronisch tijdschrift voor Neerlandistiek Neder-L, blog van Marc van Oostendorp: http://nederl.blogspot.nl/2012/03/waarom-mensen-sneller-praten-als-je.html
 

Van Grafstemming naar Afstemming

RIP StemDe laatste jaren zie je het steeds vaker: stem en spraak van acteurs op het toneel worden electronisch versterkt. Meestal met behulp van zendermicrofoons.

Ik ben daar op tegen. En echt niet omdat ik het zo’n vreselijk gezicht vind: die kleine hengeltjes langs de kaaklijn, die extra opsmuk in de vorm van een ‘pareltje’ op het voorhoofd. De foeilelijke ‘huidskleurneutrale’ pleisters in de hals, op de wang of het voorhoofd. Afleiden doet het wel, ja: “Gesneden bij het scheren? Handicap? Security?”

To be or not to be

Wat me echter wezenlijk stoort is het gemis aan “echt geluid”. Echte beleving.

Ik vind het altijd spannend om naar het theater te gaan: met levende acteurs die mij levend toespreken. Persoonlijk en direct. De dingen in het theater gebeuren écht. Ik kan van tevoren nooit voorspellen hóe echt, maar het voelt aan als een belevenis. Als ik dat té eng vind, ga ik zo ver mogelijk achter in de zaal zitten, om wat afstand te creëren. Of juist wat dichterbij, als ik meer risico wil lopen.

Hoorspel

Tegenwoordig zorgt geluidsversterking voor dat afstandelijke effect – of ik het nu wil of niet. Het versterkte geluid komt tussen de acteurs onderling en tussen de acteurs en mij in te staan. De teksten van de spelers komen uit de richting van een geluidsbox of, in het gunstigste geval van “goed uitgevoerde techniek”: uit het midden van het toneel. Het geluid komt in ieder geval niet meer bij de speler vandaan. Als ik mijn ogen sluit, bevind ik mij in een hoorspel.

Desoriëntatie

Daar blijft het niet bij. Meestal bewégen acteurs zich over het toneel. Electronisch versterkt geluid beweegt echter niet mee… het blijft uit dezelfde richting komen. Voor iemand als ik, die gewend is ‘op zijn oren af te gaan’ is dat verwarrend. Ik zie iets anders dan wat ik hoor. Een speler loopt van rechts naar links. Ik geloof mijn ogen niet: de speler beweegt, maar mijn oren vertellen me dat de acteur niet van plaats is veranderd. Ik raak gedesoriënteerd.

Vervreemding

Als er een acteur verborgen is in bed of achter een kastdeur, pilaar of bankstel kan ik onmogelijk vaststellen waar deze persoon zich bevindt. Dat ik niet kan horen waar iemand is of waar iemand vandaan komt (bewegingsgeschiedenis of -verhaal) heeft een vervreemdend effect op me. Ik hoor iemand spreken, in het midden of uit een box, maar moet links, rechts, boven, achter me kijken waar hij of zij zich bevindt… Opeens zwaait er een been boven een leuning uit. Ah. Dáár dus.

Beste professionele, vakkundige, getalenteerde, jonge, ervaren acteur

Hoe is het voor je om je prachtige en kundige stem te moeten inbinden, om ‘gebalanceerd’ over te moeten komen via de microfoon? Hoe is het om rekening te moeten houden met je manier van bewegen, om geen storende contactgeluiden te veroorzaken? En wat vind je ervan dat je niet meer kan afstemmen met je publiek, niet meer zelf kunt bepalen hoe krachtig of indringend je over wilt komen bij het publiek, niet meer met de ruimte in het theater kunt spelen? Zou je je regisseur willen vertellen dat je je vakmanschap niet inlevert voor een microfoon?

Hooggeëerd publiek

Wilt u naar een enorm breedbeeldscherm kijken waarop poppetjes hun bewegingen precies laten passen bij het geluid dat uit de boxen komt? Wenst u wellicht ook nog te kunnen zappen, terug- of vooruitspoelen, pauzeren en/of opnemen? Of wilt u gegrepen worden, iets beleven, gechoqueerd of geëmotioneerd het theater verlaten? Laat het weten en houdt het theater op haar beurt een spiegel voor.

Voorkeuze

Ik selecteer vanaf nu vooraf bij welke voorstellingen de spelers persoonlijk met mij wensen te communiceren en bij welke zij kiezen voor bemiddeling via microfoons. Alleen de eerste vorm van theater kan nog op mijn bezoek rekenen. Ik zoek de confrontatie met acteurs die onversterkt met adem, stem, spraak en beweging werken aan de vormgeving van hun rol en daarmee een sterke aanwezigheid op het toneel. Levend theater, dus.

Evolutie

Wellicht moeten we eerst nog een fase gaan meemaken waarin het ‘unplugged’ acteren opeens als “bon-ton” ervaren gaat worden voordat de excellerende “homo vocalis” weer opnieuw erkend en ingezet gaat worden in de Nederlandse theaters.

Het is niet te hopen dat voor die tijd deze kunst definitief ten grave wordt gedragen, en daarmee de kennis om tot deze kunst te komen – daarvoor ligt zij mij te na aan het hart.

Au! oerkreet of taaluiting?

auw! ouch! aïe!

Gisteren hoorde ik op de radio een korte verhandeling over de vraag of “Au!” een aangeboren kreet zou kunnen
zijn… een oerkreet, wellicht.
Daargelaten of de kwestie ‘aangeboren of aangeleerd’  interessant is, kun je je inderdaad afvragen wat taal en geluid met elkaar te maken hebben…

 

Specifieke taaluiting?

Uitingen van pijn kennen in iedere taal zo haar varianten: Au! (Nederlands), Aïe! (Frans) of Ouch! (Engels) – om maar drie Europese voorbeelden te nemen. Aangezien we de kreet Au! als een uiting van pijn herkennen, is zij ‘talig’ (want: betekenishebbend).

Er zijn echter over de hele wereld overeenkomstige geluiden te vinden voor deze uitdrukking van pijn. In die zin staan deze uitingen los van ‘de taal’ die men spreekt  – zij onderscheiden zich daarvoor te weinig van elkaar. Men zou ze universele uitingen van pijn kunnen noemen.

Universele uiting – schreeuwen

Als je je schreeuwen voorstelt als een fysieke actie kun je concluderen dat – net zoals bij fysieke acties als lopen, rennen, en zitten – deze actie voor de mens een redelijk algemeen herkenbare vorm heeft.

Overal ter wereld lopen, liggen, rennen, zitten mensen op een voor andere mensen duidelijk herkenbare manier. Dat geldt dus ook voor schreeuwen en andere ‘primitieve’ vocale uitingen:  mensen lachen, grommen, gillen en kreunen overal ter wereld vergelijkbaar.

Betekenis van schreeuwen

Of het nu van pijn, woede of plezier is: schreeuwen is een primitieve bezigheid.

De luisteraar kan de betekeniswaarde van een schreeuw nogal vrij interpreteren. Hij of zij schat de situatie in en legt associatief verband tussen de uiting en de eventuele aanleiding –of die nu in of buiten de mens ligt.  De betekenis van de schreeuw wordt ‘ingevuld’. De werkelijke betekeniswaarde en de interpretatie van schreeuwen kan dan echter ver uit elkaar liggen.

Net als bij gesproken taal, dus…

Primitief versus gecultiveerd geluid

Alfred Wolfsohn , een Duitse zangpedagoog, deed op dit gebied tegen wil en dank ervaringen op in de loopgraven tijdens de eerste wereldoorlog. Hij constateerde een enorme variëteit aan pijn- en doodskreten bij gewonde en stervende soldaten. Geluiden die in het ‘gewone leven’ niet of zelden zijn te horen.

Hoewel  het vocale vermogen voor het maken van dit soort geluiden bij vrijwel ieder mens aanwezig is, komen zij in de regel niet, óf minder, óf in gecultiveerde vorm voor.

De betekenis van de pijnkreet

Je kunt een kreet van pijn op verschillende manieren uiten, waardoor zij als het ware van betekenis gaan veranderen. Deze betekenisverschillen staan in relatie tot de aard van de pijn: innerlijke pijn, emotionele pijn, fysieke pijn… Plotselinge, zeurende, jammerende, lichte, heftige, stekende, folterende pijn – ze kennen allemaal hun vocale varianten. Sommige pijnkreten zijn kort, andere lang, sommige kennen één klank of toon, anderen een reeks van klanken en tonen. Bij baby’s –zij zeggen over het algemeen geen ‘au’ – valt die variatie nog goed te beluisteren. Volwassenen hebben daarentegen een klein, vast repertoire voor het aangeven van pijn. Bij beiden moeten we meestal maar raden wat er precies aan de hand is…

Talige oerkreet

In de meeste gevallen trekt een pijnkreet de aandacht. Mensen kunnen met zichzelf of met anderen afspreken of het wenselijk is zich te uiten of geen geluid te maken.  ‘Au’ zou je in dat licht dus als “een restje van de oerkreet” kunnen zien of als het begin van taal.

Korte handleiding: de techniek van het “au!”-zeggen

De pijnkreet of -kreun kent verschillende uitspraken, samenhangend met de oorzaak van en de omgang met de pijn: uiten, verbijten (denk maar eens aan het houtje tussen de tanden – dit bevordert de articulatie niet…!), het koesteren of etaleren van de pijn, het accepteren van of vechten tegen de pijn.

De in Nederland gebruikte kreet ‘Au’ is, fonetisch bekeken, een tweeklank.

De uitingen Au, Aïe en Ouch komen als volgt tot stand:

Als de mond bij een pijnervaring wijd wordt geopend en de stem klinkt, hoort men een [a] (als in ‘maat’) of [a] (als in ‘mat’) klinken. Sluit men daarna snel de mond weer tot [u] (als in ‘moet’), dan is de Au! als tweeklank gerealiseerd.

Sluit men de mond na de [a] echter met een [i] (als in (‘piet’), dan is de Aïe! als tweeklank het gevolg.

Ouch! voegt, naast de overgang van [a] naar [u] nog de klankenreeks [t], [s] en [j] (geen stemgeluiden) toe.

Voor de toon en het volume waarop de uitingen worden uitgesproken, alsmede te tijd die daarmee is gemoeid, zijn geen vaste criteria aanwezig.

En daarmee is de boodschap afgeleverd.