Bestemming

21.500 OV-fietsen brengen je van het station naar naar je eindbestemming. Ik ben nog lang niet bij m’n eindbestemming en had maar één fiets nodig voor m’n bezoek aan Geerhard Bolte van Uitgeverij Haystack. In m’n tas een manuscript met 30.303 woorden.

bestemming

Prettige ontvangst. Grote gestalte, warme, lage stem en dynamische spraak. Geerhard is volop in beweging, ondanks het feit dat hij nog maar net aan het herstellen is van covid. Hij vraagt, peilt en luistert. Ik krijg tips, adviezen en concrete aanwijzingen. Hij schetst een realistisch perspectief van het traject dat een auteur naast het schrijven van een boek te wachten staat.

2e ronde

Ik ben super blij met het aanbod om met hem en zijn veelzijdige team verder te werken aan uh… mijn boek! Eenmaal op de fiets terug kan ik een juichkreet niet onderdrukken; met een stralend humeur fiets ik door de miezerregen weer naar station Zaltbommel. Geerhard vind vanaf 30.000 woorden mooi voor een fatsoenlijk boek. Mooi. Want voor dat ene boek kan ik wel 21.500 bestemmingen bedenken (misschien ben jij er wel  één van!). Aftellen, dus. Maar nu éérst weer aan de slag!

1681606800

  dagen

  uren  minuten  seconden

tot

Boeklancering

Je bent als lezer van dit blog uiteraard van harte welkom om de boeklancering bij te wonen.

Ja? Stuur me even een mailtje.

Stuur ik jou tegen die tijd een uitnodiging.

Spraak in DRIE onderdelen uitgelegd

Marcel Marceau 3

Marcel Marceau (1923 – 2007) | Foto: Jack Mitchell

Je wilt iemand feedback geven op zijn/haar spraak. Of je wilt je eigen spraak analyseren. Dan is het handig om te weten hoe spraak in elkaar zit. Hieronder beschrijf ik de spraak in drie overzichtelijke onderdelen. Zo wordt het makkelijker voor je om spraak bij anderen of bij jezelf te observeren en analyseren.
Om het overzichtelijk te houden laat ik het taalvermogen buiten beschouwing. Dat is onlosmakelijk met spraak verbonden, maar een te complex onderwerp om hier kort en bondig te kunnen behandelen.

1. Adem

Marcel Marceau

Foto: Jan Dalman

De ademstroom die je opwekt door in- en uit te ademen vormt de basis voor de werking van je stem. Je adem stroomt je longen in als je diafragma (of middenrifspier: een grote, platte spier die zich onder je longen welft) zich spant. Als het diafragma zich weer ontspant, stroomt de lucht je longen weer uit via je luchtpijp, larynx (strottenhoofd of strot), keel-, mond- en neusholte. Deze uitgaande ademstroom kun je gecoördineerd langs je stemplooien laten ‘strijken’; op die manier breng je ze in trilling.

Beschikking over een goede gezondheid en conditie is over het algemeen voldoende om een stabiele en gecontroleerde adembeweging te garanderen. Wel kunnen emoties of (in)spanningen zorgen voor onregelmatigheden of voor een diepere of meer oppervlakkige, snellere/tragere of stokkende adembeweging. Dat hoor je dan weer in je stem.

2. Stem

marceau stem

Foto: Jan Dalman

Stemgeluid produceren: ‘vocaliseren’, ‘stemgeven’, of ‘stemvoeren’ doe je met de stemplooien in je larynx. Deze gemiddeld 17mm. lange stemplooien (ook wel ‘stembanden’ genoemd) bestaan voor driekwart uit spiertjes die je aan kunt spannen, maar ook (met weer andere spiertjes) kunt rekken of naar elkaar toe kunt bewegen. De spiertjes zijn bedekt met enkele weefsellaagjes die samen voor elasticiteit en een grotere beweeglijkheid zorgen.

De larynx zelf is een beweeglijk ‘doosje’ dat je licht naar voren en naar achteren kunt kantelen. En je kunt hem omhoog en omlaag bewegen (je gebruikt hem ook bij het slikken, hoesten en persen). De combinatie van de luchtstroom, de positie van de larynx en het ‘in stelling brengen’ van de stemplooien zorgt ervoor dat de buitenste laagjes van de stemplooien in trilling worden gebracht. Die trilling levert geluid op.

Je larynx is dus een ‘geluidengenerator’. En de geluiden die je er mee genereert hebben een aantal beweeglijke kenmerken: kleur (timbre), toon en volume (luidheid). Aan de stembewegingen herken je niet alleen wie er spreekt, maar ook wat de ‘stemming’, het karakter en de emotionele toestand van de spreker zijn. Je stem openbaart dus in belangrijke mate je identiteit, je persoonlijke dynamiek en je intentie.

3. Articulatie

marceau articulatie

Foto: Jan Dalman

Als je spreekt vorm je klanken. Dit proces van klankvormen wordt articulatie (of: dictie) genoemd. Klanken vorm je in je mondholte, met je lippen, tong, kaak en je gehemelte. Ook bij dit proces zijn een groot aantal spieren en spiertjes betrokken. Je produceert klanken van verschillende aard: klinkers, tweeklanken, medeklinkers en nasalen. Klinkers (aa, oe, ie) vorm je door je stem te laten klinken en tegelijkertijd een positie aan te nemen met je kaak, lippen, tong en gehemelte. Door twee klinkers in elkaar over te laten gaan kun je ook tweeklanken (zoals: eeuw, ou, ij, aai, eu, oei) produceren. Medeklinkers maak je door kleine explosies (p, t, k) of kleine lekkages van lucht (s, f, g) te genereren op verschillende plaatsen in je mond. Ook maak je kleine bewegingen met je tong, kaak of lippen (w, j, l) Je gebruikt dan bij de ene klank (v, z, j, b) wél en de andere (f, h, p) géén stemgeluid. Je kunt je stem ook door je neus sturen (!); zo ontstaan de nasale medeklinkers (n, m, ng).

Door articulatiebewegingen af te vlakken wordt je uitspraak vager; maak je ze nadrukkelijker (“meer uitgesproken”), dan wordt je uitspraak preciezer.

Aanmoediging

Bij spraak worden verschillende systemen met elkaar gecoördineerd; grove en fijne motoriek komen tijdens het spreken samen. Adem, stem en articulatie vormen patronen volgens gesynchroniseerde processen. Je kunt de drie onderdelen als geïsoleerde systemen beschrijven en observeren. Daarnaast kun je ook aandacht besteden aan de manier waarop ze met elkaar samenwerken (of elkaar juist tégenwerken) in het spraakproces dat wij ‘normaalgesproken’ als iets ‘vanzelfsprekends’ ervaren. Als je de spraak-kenmerken die je observeert consequent onderbrengt in bovenstaande driedeling, kun je een heel eind komen met je analyse. Mocht je er echter vragen over hebben of dieper op in willen gaan, neem dan gerust contact met me op. En als je aan je stem, spraak of presentatie wilt werken ben je van harte welkom!

Podiumangst bestaat niet

Voordat je opkwam was je al 2x naar de wc geweest. Nu sta je op het podium. Trillend, zwetend. Je raakt in ademnood, je verstart. Je voelt je maaginhoud omhoog komen en hebt irritante gedachten: “Wat zullen ze wel niet denken?” En: “Dit komt niet goed, dit lukt me nooit… Straks krijg ik een black out!”. Je bent in paniek. Het liefst ren je weg. Maar je móet wel. Dan maar je verstand op nul, je blik op oneindig en zo snel mogelijk je verhaal afdraaien!

Podiumangst. Raar begrip eigenlijk.
Een podium ligt er doorgaans stilletjes bij. Het is natuurlijk ook niet het pódium waar je bang voor bent… Je vreest je publiek dat, meestal gerangschikt in keurige rijen, afwachtend richting dat iets hoger liggende podium kijkt. Naar jou.

Publieksangst zou een beter woord zijn. Blijkbaar associeer je publiek met gevaar. En als je gevaar bespeurt kan angst de kop opsteken. Irrationele angst. Want: publiek dat naar een spreker kijkt en luistert zal zelden in de aanval gaan. Sterker nog: het is verwachtingsvol. En het is speciaal voor jou als spreker gekomen. Er is geen vijand. Er gaat geen gevecht plaatsvinden. Hooguit een uitwisseling van gedachten.

podium zw

Heb je al eens overwogen om je publiek als vriend te behandelen? Het gaat om hén. Niet om jou… Zou het niet beter zijn om met deze vriend kennis te maken in plaats van zo met jezelf bezig te zijn? De volgende zeven adviezen kunnen je helpen om je wat gemakkelijker te gaan voelen op het podium:

  1. Bereid je lichamelijk voor op de prestatie die je gaat leveren. Spreken voor een publiek is een fysieke prestatie. Zorg dat je uitgerust en in goede conditie bent.
  2. Onderzoek van tevoren met wie je in gesprek gaat. Hoeveel mensen, welke leeftijdsgroep, wat voor beroep of functie hebben ze? Waarin zijn ze geïnteresseerd, wat hebben ze nodig?
  3. Bereid je boodschap voor: Orden je inhoud en vat deze samen, zorg dat je overzicht hebt over wat je wilt gaan vertellen.
  4. Oefen je verhaal hardop zodat ook je hoofd geordend kan functioneren: door je praktisch op je taak voor te bereiden werk aan je zelfvertrouwen.
  5. Kom als eerste ter plekke als dat kan. Probeer de plek waar je gaat spreken even uit. Ga je thuis voelen op die plek, zodat je de mensen kunt verwelkomen als ze arriveren. Maak een praatje, en wees oprecht nieuwsgierig en geïnteresseerd; stel vragen.
  6. Bedenk dat het normaal is om spanning te voelen. Focus je niet op de spanning maar bedenk wat jij zelf het allerbelangrijkste vind in wat je wilt bereiken bij je luisteraars.
  7. Nodig je publiek uit, kijk het aan en maak contact. Praat mét en tégen je publiek. Behandel het zoals je zelf behandeld zou willen worden.

Angst die voortkomt uit ‘het onbekende’ en ‘naderend gevaar’ kun je omzetten in een gevoel van veiligheid. En in waardering  voor de situatie. Door je concreet voor te bereiden op je taak en en te oefenen geef je je toewijding aan de inhoud vorm. Je zult merken dat je lekkerder in je vel komt te zitten. En het publiek zal enthousiast reageren op je verhaal.

Meer leren over spreken voor een publiek? Misschien is de workshop “PodiumRust” dan iets voor jou.

Heb je vragen, wil je tips of advies of wil je oefenen? Neem contact met me op!

Haal die kurk uit je mond!

(en gebruik een spreekbeentje)

Samenvattende waarschuwing vooraf:
Voor (structureel) gebruik bij de spraaktraining is de kurk is een contraproductief en risicovol middel. Eénmalige inzet mag dan een verrassend bewustwordingseffect geven, de gevolgen bij herhaaldelijke gebruik liegen er niet om…

Oefenen met de kurk

1. veroorzaakt irritatie en verhoogt bij structureel gebruik het risico van beschadiging en ontwrichting van het kaakgewricht.

2. veroorzaakt kaakklemmen (overmatig aangespannen kaakspieren)

3. verhindert lipsluiting

4. verhindert en leidt af van gewenst tong-gedrag

5. obstrueert het spraakkanaal (het aanzetstuk: de weg van de stem).

Verder kan hinder ontstaan door loslatende deeltjes en is het werken ermee onhygiënisch (naast het feit dat het een ‘vieze-smaak-sensatie’ geeft).

Werken met de kurk is daarmee als ‘onverantwoord’ aan te merken.

Een verantwoord hulpmiddel voor een warming up of gerichte spraaktraining is het spreekbeentje (zie voor informatie de officiële website daarover).

“Stop er maar een kurk in”, hoor je wel eens fluisteren als iemand eindeloos doortettert op het moment dat er bij niemand meer de behoefte bestaat om te luisteren.

Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar diezelfde kurk, bedoeld om de spraakwaterval te stoppen, wordt ingezet bij het oefenen van spreken. “Waarom?” vraag je je na het lezen van bovenstaande boodschap wellicht af. Nog steeds worden acteurs, voice-overs en sprekers, maar ook zangers en logopedisten in hun studietijd of daarna geconfronteerd met de ‘kurk-oefening’ omdat kurken nu eenmaal makkelijk voorhanden zijn. En ook is er een weliswaar bijzonder maar kortstondig effect waar te nemen na de oefening:

mond kurkIn het ideale geval wordt zowel op stem- als op articulatie niveau de spraak in positieve zin beïnvloed door deze kurk-oefening. De stem gaat vrijer en volumineuzer klinken, de spieren in de kaak worden warm en beweeglijk, de mondopening wordt ruimer. Eén en ander valt of staat wel met de manier waarop instructie wordt gegeven en in sommige gevallen werkt de oefening traag, nauwelijks of niet bijster effectief (soms zelfs contraproductief). Dit heeft te maken met de verschillende opvattingen of de onbekendheid met de wijze waarop de oefening gedaan moet worden; ongunstige bij-effecten die het plaatsen van een kurk in de mond nu eenmaal veroorzaakt domineren vaak het succes van de oefening. En dat is jammer, want het onderliggende principe komt daarmee niet tot zijn recht.

Kurk 1
De kurk, die volgens de één liggend tussen de voortanden en volgens de ander tussen de kiezen moet worden geklemd tijdens het oefenen kent namelijk enkele nadelen:
De natuurlijke spraakmotoriek en het mondgevoel worden verstoord, er ontstaat een te grote mondopening, er is beperkte lipbeweging en geen lipsluiting mogelijk en er wordt makkelijk ongewenste spanning opgebouwd door de actie van de kaken. Er moet zoveel energie gestopt worden in het omgaan met de nadelen van dit voorwerp in de mond, dat sommige studenten de oefening dan ook meer als een kwelling dan als een stimulans ervaren.

Kurk 2
Een technisch meer geschikte variant op de kurk-tussen-de-kiezen ziet er zo uit: plaats twee schijfjes kurk van 2 à 3 mm dikte links en rechts tussen de kiezen. De lippen kunnen nu tijdens het oefenen gesloten worden (wat bij de vorming van de [m] en de [p] praktisch is) Pas wel op: er bestaat gevaar voor verslikken. Bovendien is de smaak onaangenaam, breken de schijfjes gemakkelijk, laat de kurk regelmatig korreltjes in de mond achter (pffrrth!) en is het nogal een gedoe om de schijfjes voor eenmalig gebruik te vervaardigen en op hun plek te krijgen/houden.

Overige
Als alternatief voor de kurk worden er allerlei voorwerpen (uiteenlopend van pennen- en stiftdoppen tot aan afgezaagde tandenborstelstelen) tussen de tanden geklemd. Niet zelden schadelijk voor het gebit en menigeen is op het nippertje aan verstikking of verslikking ontsnapt bij het gebruik van dergelijke objecten voor spraakoefeningen. Een Amerikaanse raadt zelfs aan om een kunststof muurplug te gebruiken. Met het advies om er een vislijn door te rijgen (…).

Vingers
Tenslotte zijn er docenten die hun studenten instrueren in het gebruik van vingers of duim, door die tussen de voorste snijtanden te plaatsen. De oefening kan wat pijnlijk zijn – bovendien ontstaat een onnatuurlijke houding en wordt de bewegingsvrijheid belemmerd (en na het oefenen wil even niemand je meer een hand geven). Enig voordeel is dat je voor deze variant je attributen altijd “bij de hand” hebt en je ze ook niet per ongeluk in kunt slikken…

Spreekbeentje
Maximaal effect wordt verkregen door gebruik te maken van een spreekbeentje, een klein voorwerpje dat speciaal ontworpen is om het mondgevoel, de mondmotoriek en de bewegingsvrijheid zo weinig mogelijk te verstoren tijdens het oefenen. Het kan op een veilige manier worden ingezet om te werken aan een ruim, ontspannen stemgeluid en een actieve en accurate articulatie. Het minimale formaat (dat om de hals wordt gedragen en tevoorschijn wordt gehaald op momenten dat er geoefend gaat worden) maakt het tot een praktisch gebruiksvoorwerp bij stem- en spraaktraining. Het spreekbeentje kan veilig in de mond worden genomen; zowel het materiaal als de manier van gebruiken leveren geen gevaar op. Het bewustwordingsniveau wordt als uitgangspunt genomen voor specifieker stem- en spreekwerk. Het gebruik van het spreekbeentje stopt niet bij een éénmalige ervaring maar leidt tot het nemen van constructieve stappen op basis van waarneming, gevoel, afstemming en techniek. En waar bij de kurk de instructie ontbreekt (plop!), is die bij elk spreekbeentje in de vorm van een handleiding en/of een professionele logopedist, stem- of spraakdocent altijd nabij.

www.spreekbeentje.nl

Stemadvies

Vandaag wordt er gestemd en afgelopen weken bleek duidelijk: de meningen van de kiezer over de huidige lijsttrekkers lopen nogal uiteen. Waar zijn die meningen eigenlijk op gebaseerd? Uitsluitend op wat we zien en horen? Of toch en vooral op de inhoud die een politicus uitdraagt? Waarom trekt de ene spreker ons aan en stoot de andere ons af? Oftewel: in hoeverre hangen onze politieke voorkeuren en persoonlijke smaak voor stemgeluid en spraak samen? Hieronder een analyse van het spreekgedrag van drie prominente lijsttrekkers. Lees waarom jij graag naar Rutte, Wilders of Kaag luistert (of waarom juist niet) en of je jezelf daarin herkent.

Mark Rutte (VVD)

Mark is een ervaren spreker die op conversatieniveau praat. Zijn stem beweegt makkelijk mee met zijn intenties: zakelijk of vriendelijk, relativerend. Ook verandert deze geregeld van timbre; soms klinkt een zorgzaam geluid, dan weer een strenge toon. Hij kan vaderlijk of onderwijzend overkomen, maar ook amicaal en een beetje ondeugend. Dit kan Rutte omdat hij voldoende hoogte en laagte in zijn stem heeft. Verder wordt zijn stemgeluid gekenmerkt door de neiging om kleine ‘volumestootjes’ te geven; dat maakt dat hij wat staccato overkomt. Zijn pittige spreektempo draagt daar ook aan bij: hij neemt weinig pauzes en slikt soms wat klanken in. Desondanks blijft hij goed verstaanbaar.

Bij officiële toespraken vertraagt hij meer; het lezen zorgt voor een duidelijker uitspraak, maar ook voor (nog) meer staccato. Dat geeft een wat kunstmatig effect: hij klinkt ernstiger dan tijdens zijn spontane spraak en kan minder goed emoties en intenties (o.a. relativerend, vriendelijk, zorgzaam, streng) weergeven.

Hoewel Rutte soms in ’uh’ gedrag kan vervallen, bestaat zijn taal voornamelijk uit begrijpelijke, enigszins formele, vloeiende en lange zinnen met een duidelijke afronding. Daarnaast gebruikt hij als contrast soms wat stoere of ‘ouwe-jongens-krentenbrood taal’. Het gebruik van bijzinnen die de hoofdlijn illustreren of onderschrijven gaan hem met gemak af; hij verliest de draad niet en blijft goed te volgen. Voor de één komt hij daardoor redelijk, sympathiek en betrouwbaar over, terwijl de ander hem betweterig, ontwijkend en langdradig vindt.

Geert Wilders (PVV)

Geert is een actieve spreker met een indringende stijl. Zijn beweeglijke, luide en heldere stemgebruik past bij zijn intenties: vaak kritisch en krachtig, soms vriendelijk, maar ook cynisch, verontwaardigd of laatdunkend. Hij heeft een ruim stembereik, maar kan door zijn wat hogere en luide stemgebruik maken dat hij ‘roepend’ klinkt. Het geeft hem het karakter van volksredenaar, activist of idealist. Hij maakt gecombineerd gebruik van volume en toon bij beklemtoning, waardoor de beklemtoning behoorlijk stevig klinkt. De zinnen die hij trager aanvangt versnelt hij gaandeweg; die komen daardoor gedreven of bevlogen over. Een pittig, staccato en vaak toenemend spreektempo, waarin sterke accenten vooraf worden gegaan door korte pauzes, zorgen voor een bijzondere afwisseling van ‘vloeien’ en ‘accentueren’.

Wilders spreekt met een licht accent en veel korte, hoorbare pauzes (sterke in-ademgeluidjes of kleine hoorbare mondbewegingen, ‘smakjes’). Bijzonder is dat zijn spreekgedrag bij lezen of spontane spraak weinig verschilt. Hij is zeer goed verstaanbaar: zijn hoge spreektempo compenseert hij met een duidelijke articulatie.

Wilders heeft de neiging om woorden en zinsdelen te herhalen, maar dan gevarieerd met synoniemen of omschrijvingen. Hierdoor kan hij berispend, terechtwijzend, uitdagend of protesterend overkomen. Hij gebruikt regelmatig vraagzinnen die hij als een stelling afrondt en bezigt begrijpelijke taal met soms verrassend creatief beschrijvend (situaties, verschijnselen, personen) woordgebruik. Hij maakt kleine reeksen bijzinnen (korte verhaaltjes bijna) om daarna naadloos naar de hoofdlijn terug te keren. Hij gebruikt duidelijke taal in lange, aaneengeregen zinnen en korte, krachtige verklaringen. Bij sommige luisteraars komt hij stevig onderhoudend, kritisch of urgent over, anderen ervaren hem als luidruchtig, drammerig en lomp.

Sigrid Kaag (D66)

Sigrid is een inhoudelijke spreker. Haar overwegend heldere stem kan in de hoogte wat wankel en in de laagte wat korrelig klinken en beweegt gemakkelijk van hoog naar laag binnen een ruim bereik. Daarbinnen is een wat voorspelbaar melodiepatroon op te merken: meestal in ‘boogjes’ omhoog – soms naar neutraal of naar beneden. Haar zinnen klinken daardoor niet altijd afgerond of zelfs vragend. Met een iets luider volume dan gemiddeld klinkt ze stevig en meer genuanceerde luidheidvariaties ontstaan alleen als ze tijdens het spreken nadenkt. Daar komt de ernst om de hoek. Ze is uitstekend verstaanbaar door haar duidelijke manier van articuleren, haar uitspraak is ‘keurig’: licht geaffecteerd. Haar spreekritme is beweeglijk; ze kan vertragen en versnellen. Hoe formeler de situatie, hoe vaster haar spreekpatronen. Als het gesprek (debat) spontaan of urgent wordt gevoerd ‘ontsnapt’ Kaag pas uit haar patronen en is dan op haar krachtigst en beweeglijkst.

Kaag spreekt voornamelijk inhoudelijke taal. Haar zinnen, waarin een evenwicht heerst tussen formele en meer creatieve, alledaagse taal, zijn vaak uitgebreid en kennen natuurlijke aarzel- of denkmomenten. Als inhoudelijke spreker blijft ze dicht bij het onderwerp. Het is vooral haar woordgebruik dat blijk geeft van intenties of emoties, want in haar stembuigingen is daar minder van waar te nemen. Formeel en correct geformuleerde feiten en kennis worden toegelicht met anekdotes, dialoog in een meer informele woordkeuze. Emoties en intenties (afkeuring, verrassing, verontwaardiging, instemming) komen verhalenderwijs, in soms bijna speelse taal, naar voren.

Het bijna zichtbare proces van denken en welsprekend formuleren draagt bij aan een betrokken indruk, terwijl haar stem- en spreekpatronen een afstandelijker karakter tonen. Ze gebruikt voor inhoudelijke luisteraars ‘aansprekende’ taal; bij luisteraars die vanuit de beleving waarnemen wekt ze wellicht een licht tegenstrijdige indruk. Waar ze bij de ene luisteraar als beschaafd, gepassioneerd, betrokken en deskundig overkomt, zal de andere luisteraar haar als afstandelijk, technisch, koud of superieur waarnemen.

Stemadvies:

Of je nu met je hart stemt of met je verstand… probeer eens op verschillende manieren naar een aantal lijsttrekkers, politici en sprekers te luisteren. Vraag je eens af: vel ik mijn ‘oor-deel’ aan de hand van de stem van de politicus, geef ik mijn stem aan de spreker wiens ideeën ik deel of ligt de waarheid in het midden?

Tenslotte: Wil je met je eigen stem en spraak aan de slag of een persoonlijk stemadvies? Laat het met weten via alexboon.nl

Uit de diepte neurie ik…

kerkgangers

“Kerkgangers” – Noor Agter | Foto: Noor Agter

Bij elkaar komen met een grote groep kan weer: publiek kan weer naar theaters, voetbalsupporters kunnen weer naar het stadion en gelovigen kunnen weer naar hun gebedshuizen. Voor supporters geldt dat ze niet mogen juichen en zingen, en ook voor kerkgangers betekent dat: mondje dicht. Vanuit mijn perspectief als stemdocent ligt de oplossing dan voor de hand: Neuriën.

Neuriën: met je mond dicht je stem melodieus in beweging zetten. Niet alleen rustig, maar ook prettig om te doen. Daarbij komt dat neuriën, als je niet te veel kracht zet, heilzaam is voor je stem. Met gesloten lippen kun je de trilling van je stem in je hoofd en zelfs in je borstkas voelen resoneren.

Bij neuriën kun je geen spraakklanken produceren; maar je stemgeluid blijft hoorbaar. Er is geen sterke luchtstroom door de mond, maar een bescheiden luchtstroom door de neus. De kracht van de ademstroom is lager dan tijdens spreken en ook de richting is anders: niet voorwaarts, maar neerwaarts.

Ik kan me zo voorstellen dat de organist tijdens de begeleiding van psalmen en gezangen gebruik maakt van een bescheiden register of alleen het rugwerk. Eventueel zingt de voorganger, cantor of een solozanger de tekst; al dan niet in de microfoon en op veilige afstand van de gelovigen. Helemaal geen tekst is misschien nog wel fijner: je kent de tekst al of leest die mee tijdens het neuriën.

De corona pandemie levert veel verdriet en eenzaamheid op: het is moeilijk en voor sommigen zelfs onmogelijk om in deze tijd met elkaar in contact te zijn. We kunnen wel praten, ja: via de telefoon of via beeldbellen. Maar nu je elkaar weer kunt ontmoeten is het misschien mooi om de teksten even weg te laten. Om je op een dieper niveau met de ander te verbinden. Via je stemgeluid. En misschien is dat ook wel veelzeggender.

Richt gerust je noodkreet over je stem, je spraak of je optreden via alexboon.nl

Psalm 130:1-2

Uit de diepte roep ik tot u, Heer,
Heer, hoor mijn STEM,
wees aandachtig, luister
naar mijn roep om genade.

Caroline Robinson op orgel: Aus tiefer Not schrei ich zu dir, BWV 686