Uit de diepte neurie ik…

kerkgangers

“Kerkgangers” – Noor Agter | Foto: Noor Agter

Bij elkaar komen met een grote groep kan weer: publiek kan weer naar theaters, voetbalsupporters kunnen weer naar het stadion en gelovigen kunnen weer naar hun gebedshuizen. Voor supporters geldt dat ze niet mogen juichen en zingen, en ook voor kerkgangers betekent dat: mondje dicht. Vanuit mijn perspectief als stemdocent ligt de oplossing dan voor de hand: Neuriën.

Neuriën: met je mond dicht je stem melodieus in beweging zetten. Niet alleen rustig, maar ook prettig om te doen. Daarbij komt dat neuriën, als je niet te veel kracht zet, heilzaam is voor je stem. Met gesloten lippen kun je de trilling van je stem in je hoofd en zelfs in je borstkas voelen resoneren.

Bij neuriën kun je geen spraakklanken produceren; maar je stemgeluid blijft hoorbaar. Er is geen sterke luchtstroom door de mond, maar een bescheiden luchtstroom door de neus. De kracht van de ademstroom is lager dan tijdens spreken en ook de richting is anders: niet voorwaarts, maar neerwaarts.

Ik kan me zo voorstellen dat de organist tijdens de begeleiding van psalmen en gezangen gebruik maakt van een bescheiden register of alleen het rugwerk. Eventueel zingt de voorganger, cantor of een solozanger de tekst; al dan niet in de microfoon en op veilige afstand van de gelovigen. Helemaal geen tekst is misschien nog wel fijner: je kent de tekst al of leest die mee tijdens het neuriën.

De corona pandemie levert veel verdriet en eenzaamheid op: het is moeilijk en voor sommigen zelfs onmogelijk om in deze tijd met elkaar in contact te zijn. We kunnen wel praten, ja: via de telefoon of via beeldbellen. Maar nu je elkaar weer kunt ontmoeten is het misschien mooi om de teksten even weg te laten. Om je op een dieper niveau met de ander te verbinden. Via je stemgeluid. En misschien is dat ook wel veelzeggender.

Psalm 130:1-2

Uit de diepte roep ik tot u, Heer,
Heer, hoor mijn STEM,
wees aandachtig, luister
naar mijn roep om genade.

Caroline Robinson op orgel: Aus tiefer Not schrei ich zu dir, BWV 686

Spraak in DRIE onderdelen uitgelegd

Marcel Marceau 3

Marcel Marceau (1923 – 2007) | Foto: Jack Mitchell

Je wilt iemand feedback geven op zijn/haar spraak. Of je wilt je eigen spraak analyseren. Dan is het handig om te weten hoe spraak in elkaar zit. Hieronder beschrijf ik de spraak in drie overzichtelijke onderdelen. Zo wordt het makkelijker voor je om spraak bij anderen of bij jezelf te observeren en analyseren.
Om het overzichtelijk te houden laat ik het taalvermogen buiten beschouwing. Dat is onlosmakelijk met spraak verbonden, maar een te complex onderwerp om hier kort en bondig te kunnen behandelen.

1. Adem

Marcel Marceau

Foto: Jan Dalman

De ademstroom die je opwekt door in- en uit te ademen vormt de basis voor de werking van je stem. Je adem stroomt je longen in als je diafragma (of middenrifspier: een grote, platte spier die zich onder je longen welft) zich spant. Als het diafragma zich weer ontspant, stroomt de lucht je longen weer uit via je luchtpijp, larynx (strottenhoofd of strot), keel-, mond- en neusholte. Deze uitgaande ademstroom kun je gecoördineerd langs je stemplooien laten ‘strijken’; op die manier breng je ze in trilling.

Beschikking over een goede gezondheid en conditie is over het algemeen voldoende om een stabiele en gecontroleerde adembeweging te garanderen. Wel kunnen emoties of (in)spanningen zorgen voor onregelmatigheden of voor een diepere of meer oppervlakkige, snellere/tragere of stokkende adembeweging. Dat hoor je dan weer in je stem.

2. Stem

marceau stem

Foto: Jan Dalman

Stemgeluid produceren: ‘vocaliseren’, ‘stemgeven’, of ‘stemvoeren’ doe je met de stemplooien in je larynx. Deze gemiddeld 17mm. lange stemplooien (ook wel ‘stembanden’ genoemd) bestaan voor driekwart uit spiertjes die je aan kunt spannen, maar ook (met weer andere spiertjes) kunt rekken of naar elkaar toe kunt bewegen. De spiertjes zijn bedekt met enkele weefsellaagjes die samen voor elasticiteit en een grotere beweeglijkheid zorgen.

De larynx zelf is een beweeglijk ‘doosje’ dat je licht naar voren en naar achteren kunt kantelen. En je kunt hem omhoog en omlaag bewegen (je gebruikt hem ook bij het slikken, hoesten en persen). De combinatie van de luchtstroom, de positie van de larynx en het ‘in stelling brengen’ van de stemplooien zorgt ervoor dat de buitenste laagjes van de stemplooien in trilling worden gebracht. Die trilling levert geluid op.

Je larynx is dus een ‘geluidengenerator’. En de geluiden die je er mee genereert hebben een aantal beweeglijke kenmerken: kleur (timbre), toon en volume (luidheid). Aan de stembewegingen herken je niet alleen wie er spreekt, maar ook wat de ‘stemming’, het karakter en de emotionele toestand van de spreker zijn. Je stem openbaart dus in belangrijke mate je identiteit, je persoonlijke dynamiek en je intentie.

3. Articulatie

marceau articulatie

Foto: Jan Dalman

Als je spreekt vorm je klanken. Dit proces van klankvormen wordt articulatie (of: dictie) genoemd. Klanken vorm je in je mondholte, met je lippen, tong, kaak en je gehemelte. Ook bij dit proces zijn een groot aantal spieren en spiertjes betrokken. Je produceert klanken van verschillende aard: klinkers, tweeklanken, medeklinkers en nasalen. Klinkers (aa, oe, ie) vorm je door je stem te laten klinken en tegelijkertijd een positie aan te nemen met je kaak, lippen, tong en gehemelte. Door twee klinkers in elkaar over te laten gaan kun je ook tweeklanken (zoals: eeuw, ou, ij, aai, eu, oei) produceren. Medeklinkers maak je door kleine explosies (p, t, k) of kleine lekkages van lucht (s, f, g) te genereren op verschillende plaatsen in je mond. Ook maak je kleine bewegingen met je tong, kaak of lippen (w, j, l) Je gebruikt dan bij de ene klank (v, z, j, b) wél en de andere (f, h, p) géén stemgeluid. Je kunt je stem ook door je neus sturen (!); zo ontstaan de nasale medeklinkers (n, m, ng).

Door articulatiebewegingen af te vlakken wordt je uitspraak vager; maak je ze nadrukkelijker (“meer uitgesproken”), dan wordt je uitspraak preciezer.

Aanmoediging

Bij spraak worden verschillende systemen met elkaar gecoördineerd; grove en fijne motoriek komen tijdens het spreken samen. Adem, stem en articulatie vormen patronen volgens gesynchroniseerde processen. Je kunt de drie onderdelen als geïsoleerde systemen beschrijven en observeren. Daarnaast kun je ook aandacht besteden aan de manier waarop ze met elkaar samenwerken (of elkaar juist tégenwerken) in het spraakproces dat wij ‘normaalgesproken’ als iets ‘vanzelfsprekends’ ervaren. Als je de spraak-kenmerken die je observeert consequent onderbrengt in bovenstaande driedeling, kun je een heel eind komen met je analyse. Mocht je er echter vragen over hebben of dieper op in willen gaan, neem dan gerust contact met me op. En als je mee wilt doen aan de workshop Stem en Spreken ben je van harte welkom!

Podiumangst bestaat niet

Voordat je opkwam was je al 2x naar de wc geweest. Nu sta je op het podium. Trillend, zwetend. Je raakt in ademnood, je verstart. Je voelt je maaginhoud omhoog komen en hebt irritante gedachten: “Wat zullen ze wel niet denken?” En: “Dit komt niet goed, dit lukt me nooit… Straks krijg ik een black out!”. Je bent in paniek. Het liefst ren je weg. Maar je móet wel. Dan maar je verstand op nul, je blik op oneindig en zo snel mogelijk je verhaal afdraaien!

Podiumangst. Raar begrip eigenlijk.
Een podium ligt er doorgaans stilletjes bij. Het is natuurlijk ook niet het pódium waar je bang voor bent… Je vreest je publiek dat, meestal gerangschikt in keurige rijen, afwachtend richting dat iets hoger liggende podium kijkt. Naar jou.

Publieksangst zou een beter woord zijn. Blijkbaar associeer je publiek met gevaar. En als je gevaar bespeurt kan angst de kop opsteken. Irrationele angst. Want: publiek dat naar een spreker kijkt en luistert zal zelden in de aanval gaan. Sterker nog: het is verwachtingsvol. En het is speciaal voor jou als spreker gekomen. Er is geen vijand. Er gaat geen gevecht plaatsvinden. Hooguit een uitwisseling van gedachten.

podium zw

Heb je al eens overwogen om je publiek als vriend te behandelen? Het gaat om hén. Niet om jou… Zou het niet beter zijn om met deze vriend kennis te maken in plaats van zo met jezelf bezig te zijn? De volgende zeven adviezen kunnen je helpen om je wat gemakkelijker te gaan voelen op het podium:

  1. Bereid je lichamelijk voor op de prestatie die je gaat leveren. Spreken voor een publiek is een fysieke prestatie. Zorg dat je uitgerust en in goede conditie bent.
  2. Onderzoek van tevoren met wie je in gesprek gaat. Hoeveel mensen, welke leeftijdsgroep, wat voor beroep of functie hebben ze? Waarin zijn ze geïnteresseerd, wat hebben ze nodig?
  3. Bereid je boodschap voor: Orden je inhoud en vat deze samen, zorg dat je overzicht hebt over wat je wilt gaan vertellen.
  4. Oefen je verhaal hardop zodat ook je hoofd geordend kan functioneren: door je praktisch op je taak voor te bereiden werk aan je zelfvertrouwen.
  5. Kom als eerste ter plekke als dat kan. Probeer de plek waar je gaat spreken even uit. Ga je thuis voelen op die plek, zodat je de mensen kunt verwelkomen als ze arriveren. Maak een praatje, en wees oprecht nieuwsgierig en geïnteresseerd; stel vragen.
  6. Bedenk dat het normaal is om spanning te voelen. Focus je niet op de spanning maar bedenk wat jij zelf het allerbelangrijkste vind in wat je wilt bereiken bij je luisteraars.
  7. Nodig je publiek uit, kijk het aan en maak contact. Praat mét en tégen je publiek. Behandel het zoals je zelf behandeld zou willen worden.

Angst die voortkomt uit ‘het onbekende’ en ‘naderend gevaar’ kun je omzetten in een gevoel van veiligheid. En in waardering  voor de situatie. Door je concreet voor te bereiden op je taak en en te oefenen geef je je toewijding aan de inhoud vorm. Je zult merken dat je lekkerder in je vel komt te zitten. En het publiek zal enthousiast reageren op je verhaal.

Meer leren over spreken voor een publiek? Misschien is de workshop “PodiumRust” dan iets voor jou.

Heb je vragen, wil je tips of advies of wil je oefenen? Neem contact met me op!

Horen, Zien en Zwijgen – al het goede komt in drieën.

Drie is een heilig getal, werd mij vroeger geleerd. Het ‘heilige’ aspect verwees naar de drie-eenheid vader, zoon en (heilige) geest. Op school, thuis en in de kerk werd deze drie-eenheid met geheimzinnigheid omgeven. Het woord ‘heilig’ bleek moeilijk te definiëren; bovendien kende ik het vooral als scheldwoord in “heilig boontje!”. Ik begreep er niet veel van… en niemand kon het me uitleggen. Later leerde ik dat het getal drie ook een heel eenvoudige en praktische kant heeft. Een verhaal in drieën werkt. Daar is niets geheimzinnigs aan. Op de lagere school leerde ik: inleiding, kern, slot.

horenzienzwijgen

Op internet is veel over de drieslag te vinden: artikelen waarin het succes van de drieslag door de eeuwen heen wordt beschreven.
Sharon McNary belicht de de drieslag vanuit de journalistiek in dit artikel (november 2017). Ze eindigt met een verwijzing naar nog twee manieren om je verhaal te structureren (o.a. “De reis van de Held van Joseph Campbell”).
Een ander artikel schrijft de Nederlandse Ron Jacobs over de dramatische effecten van de drieslag: “Profiteer van het getal 3: swingend, strak en sexy” (april 2014). Hij legt helder uit waarom de drieslag zo goed werkt. Een reeks van voorbeelden van heden naar verleden passeert de revue.

Het idee van de drieslag werd al gebruikt door Aristoteles, hij maakte onderscheid tussen drie middelen van overtuiging: ethos, pathos en logos. Een spreker moet deskundig en sympathiek overkomen als hij geloofwaardig wil zijn (ethos). Zo wek je vertrouwen bij je publiek. Om een publiek in beweging te krijgen moet je op de emoties van de luisteraars kunnen inspelen (pathos). Tenslotte overtuig je je publiek met logisch redeneren en wetenschappelijke onderbouwing (logos).

Wim Daniëls, schrijver, taalkundige, cabaretier en spreker speelt elke zondag een taalspel met zijn volgers op Twitter.
Vorig jaar deed hij een oproep om hem te voorzien van zoveel mogelijk #trionades: “vaste combinaties van drie woorden of namen”.
Dat leverde een door hem ingezette hilarische en lekker-bekkende reeks van drieslagen op. Van “horen, zien en zwijgen” via “nee, nee en nog eens nee” tot “rats, kuch en bonen” (wie inspiratie op wil doen vindt ze hier).

Voor sprekers is de drieslag een praktische ondersteuning in de de opbouw van een voordracht, presentatie of verhaal. Dat je bijna ieder verhaal kunt opbouwen, vertellen en laten onthouden met een drieslag als kern is wel zo handig om te weten. Stel maar eens een pitch op of maak een presentatie. Voorzie die van een inleiding, een kern en een slot en je zult zien dat deze indeling makkelijk werkt, zowel voor jou als spreker als voor je publiek. Om het helemaal af te maken kun je de kern ook nog in drieën delen. Daarmee geef je je boodschap ook een goed overdraagbare en prettig op te nemen structuur. Dat kun je met “1, 2 en 3” doen, met “waarom, hoe en wanneer” of met andere kernwoorden. Het resultaat blijft hetzelfde: een helder en overzichtelijk betoog.

drieslag

Wil je ook vaker met dit bijltje hakken? Of het nu om “kort, bondig en helder” te vertellen is of om “stevig, duidelijk en interactief” op het podium te presenteren… Je bent van harte welkom om een “sprekerstraining, presentatietraining of podium-training te komen volgen!