
‘Iedereen weet gelijk dat ik er ben, wanneer ik binnenkom.’ Een van de reacties die ik krijg als antwoord op de vraag: wat is er kenmerkend aan jouw stem? De manier waarop dit antwoord wordt gegeven varieert per spreker: de ene reageert met (onverholen) trots, de ander juist met (lichte) schaamte. Blijf je als spreker liever achter de schermen en oefen je je invloed graag indirect uit, dan is zo’n stevig geluid een vloek. Maar een spreker die graag in het middelpunt van de belangstelling staat en direct invloed wil uitoefenen op de omgeving voelt zich met zo’n stem gezegend. Voor die omgeving gelden dezelfde perspectieven: een luide stem kan storend zijn wanneer men zich op het werk probeert te concentreren of wanneer men een vertrouwelijk gesprek voert. Zit men wat verder achterin de (vergader)zaal dan is het juist weer prettig wanneer de stem van een spreker die afstand makkelijk overbrugt.
Discriminatie
Je stem vorm je op basis van wat je als kind om je heen hoort, op dezelfde manier waarop je leert praten dus. Het geluid dat je op die manier kiest, zegt niets over de mogelijkheden die je stem heeft. Je stem is geen koffiemolen die alleen maar grover of fijner als opties kent. Een gemiddelde strot is in staat om een enorme variatie aan geluid te produceren. Je zou er in principe vrij over moeten kunnen beschikken, ware het niet dat je oren een allesbepalende rol spelen in het kiezen uit die variatie; zij maken nauw onderscheid tussen alle mogelijke geluiden. Oftewel: ze discrimineren.
Oordeel
Geluiden die je als baby en opgroeiende peuter maakt beoordeel je in toenemende mate op hun geschiktheid voor de verbale communicatie. Een aantal geluiden gaan tot het vaste repertoire behoren, de rest wordt verworpen: ze ‘doven uit’. De functie van het oor dat onderscheid maakt tussen geschikt en ongeschikt, goed of fout zou je het oordeel kunnen noemen. Dit oordeel wordt volkomen onbewust geveld: het geluid dat past tussen de geluiden die je omgeving produceert wordt het voorkeursgeluid waarmee je praat. Mocht dat geluid eens wankelen, dan zal dat gebeuren tijdens (bijvoorbeeld) de uiting van een emotie (zoals verdriet of kwaadheid) of een inspanning (tillen, bukken, persen). Maar over het algemeen is je stem onder controle en beweegt het stemgeluid als vanzelf, zonder dat je er iets voor hoeft te doen. Dat wil niet zeggen dat je je stemgeluid niet kunt leren (bij)sturen.
Functioneel ingrijpen
Op het moment dat je opnieuw zou kunnen kiezen met welk geluid je je omgeving tegemoet wilt treden wordt het mogelijk om je af te stemmen op verschillende situaties. Voor het zover is zullen je hersenen volop in protest schieten: ‘Doe normaal! Je klinkt als een ….! Stel je niet zo aan! Stop! Je klinkt niet als jezelf maar als…’. De angst dat je werkelijke, beweeglijke en unieke zelf uitsteekt boven het beeld dat je van jezelf hebt is meestal groot genoeg aanwezig om je terug te laten schieten in je gangbare patroon. Het oordeel is te sterk.
Professioneel effect sorteren
Wanneer je voldoende experimenteert en oefent geef je jezelf de kans je oordeel aan te passen. Daardoor leer je ook beter omgaan met al die protestsignalen en ga je aanvoelen wat je op bepaalde momenten beter kunt gaan doen: op een verstaanbare en aantrekkelijke manier spreken. Gaandeweg ontdek je opnieuw de mogelijkheden van je stem: meer verschil in timbre. Een groter toonbereik. Beheersing van je volume. Dankzij die vaardigheden kun je je beter aanpassen aan verschillende spreeksituaties (de ruimte, het aantal personen) en sprekersdoelen (enthousiasmeren, kalmeren, inspireren). Het effect? Je luisteraars zijn je dankbaar: je bent niet alleen goed verstaanbaar en prettig om naar te luisteren; men kan men je boodschap ook beter aanhoren en verwerken.
Scherp oordeel
‘Maar mijn stem is nu eenmaal dominant en luid /commanderend / bitchy / streng!’. Of: ‘Ik klink nu eenmaal bescheiden / zacht / vriendelijk / lief’
‘Mijn stem schiet altijd omhoog, klinkt belegen, oud, meisjesachtig, jongensachtig, saai, monotoon, huilerig, nasaal, geknepen. Mensen zeggen dat ik klink als een tekenfilmfiguur, koffiemolen, heks, beer…’
Geen woorden maar daden
Wat het persoonlijke kenmerk van je stem ook is, je kunt werken aan het in beweging krijgen en variëren van je stem. Wil je daar over lezen? In hoofdstuk negen (en bijlage) van mijn boek schrijf ik over de factoren die je weerhouden van variatie én over de redenen die er zijn om met je stem aan de slag te willen en kunnen gaan. Het grootste deel van het boek is gewijd aan hoe je dat kunt doen. Ga je liever aan de slag onder persoonlijke begeleiding, meld je dan aan voor de workshop ‘Professioneel Spreken voor sprekende professionals’ of maak een afspraak voor een individuele sessie.
Je bent van harte welkom!





reageer