Stemmen Veinzen (of: De kunst van het Authentiek Imiteren)

groep vrouwen die de bewegingen van een schoener imiteert (Salvador Dali, 1940)Een groep vrouwen die de bewegingen van een schoener imiteert (Salvador Dali, 1940)

Surrealisme
Drie vrouwen die een schoener nadoen in de beeldtaal van Dali. Surrealisme?
Nabootsen, parodiëren, impressie geven, kopiëren, veinzen – het maakt een wezenlijk deel uit van ons bestaan. Ieder kind “doet wel eens een stemmetje”. Een dier, een monster of een tekenfilmstemmetje. Soms bauwen kinderen elkaar (of een volwassene) na – niet zelden met een spottende bedoeling.
Het spiegelende effect van een geslaagde nabootsing kan nogal confronterend zijn. Door iemand na te doen, kun je diens imago in een ander perspectief proberen te plaatsen. Negatief, door iemand omlaag te halen of belachelijk te maken (hij/zij zeurt, slijmt, is dom, onnozel of irritant, etc.). Of positief, door iemand op te steken als voorbeeldig (hij/zij is imposant, komisch/humoristisch, overtuigend, ad rem, kalm, gezagvol).

Imiteren als beroep
Sommige podiumartiesten hebben het imiteren tot kunst verheven. Jochem Meyjer volgde met zijn hoge tempo van rake imitaties de wat bezadigder werkend Robert Paul op. Spelers van TVprogramma Koefnoen (w.o. Paul Groote en Plien van Bennekom) en cabaretiers als Sanne Wallis de Vries maken kundig gebruik van hun vermogen tot imitatie. De Engelstalige imitator Jim Meskimen spreekt teksten van Shakespeare uit met de stemmen van een hele reeks “celebreties”. En acteurs als Kevin Spacey maken er een sport van om hun collega’s te imiteren.

Kopiëren
Imitatie van het gesproken woord is niet algemeen verbreid in gebruik. In de zangwereld komt stem-imitatie juist regelmatig voor. Een (veelal ‘beroemde’) zangstem is daarbij het doelgeluid. Jonge en meestal beginnend zangers en zangeressen streven naar het geluid van hun popidool. Dit kopiëren van een stem gaat niet zelden ten koste van het ‘eigen’ geluid. Om die reden kunnen zij natuurlijk beter één van de vele zangtechnieken leren gebruiken (Ineke VandoornArtEZ / NVZ)!

Normaal

Geitenveinzer

Geitenveinzer

Soms doen “normale volwassen” een ander na. “Normale Mensen” Ronald Snijders en Fedor van Eldijk vermelden in hun boek ”De Alfabetweter – 1000 nieuwe woorden die het niet gaan redden” (Uitg. de Harmonie, 2013) zelfs termen voor volwassen imitators, zoals daar zijn: ‘de geitenveinzer (hij die doet alsof hij een geit is) ‘de paardenveinzer’ (iem. die doet alsof een bepaald beest een paard is) maar ook ‘de groenteparodist’ (iem. die groenten op spottende wijze nadoet). Eerlijk gezegd: “normale volwassenen” zijn het imiteren vaak verleerd. Stemmen imiteren wordt door hen afgedaan als kinderachtig, gek of grappig doen, ongepast en zelfs als slecht voor je stem. Jammer, want het vermogen om stemmen te kunnen imiteren heeft ook een functionele kant!

Alles doet mee
Bij stemmen imiteren dekt het woord “stem-imiteren” de lading niet helemaal. Bij een goed geslaagde imitatie worden ook spraak (articulatie en accent) woordenschat, zinsbouw, mimiek en houding nagebootst. Doe maar eens een poging om een familielid, de koning(in), een andere bekende Nederlander of een middenstander uit de winkelstraat te imiteren. Er verandert dan onmiddellijk iets in je hele houding, je gebaren, je manier van voorkomen, je taalgebruik en je accent.

Leren
Imiteren is – naast een speelse en leuke bezigheid een onontbeerlijke menselijke vaardigheid (lees bijvoorbeeld “imitatie en innerlijke representatie” door de ontwikkelingspsycholoog Jean Piaget). Door te imiteren komen we wat meer te weten over de ander; tegelijkertijd verkennen we onze eigen mogelijkheden. Dat komt van pas als je bijvoorbeeld luider wilt leren spreken. Of als je iets aan je accent wilt doen. Wanneer je je imitatievermogen gebruikt om accenten na te doen kun je het dus ook gebruiken om accentloos te leren spreken. Gebruik je het om een reus of heks na te doen, dan kun je in principe lager, luider of hoger spreken dan ‘normaal’…

Toepassen
Imitatietechniek valt als leerweg te overwegen wanneer je snel iets onder de knie wilt krijgen. Imitatie is praktisch inzetbaar tijdens stem- en spraaktraining – je kunt er ‘kort door de bocht’ mee werken. Wellicht maakt het dat je tijdens het imiteren even het idee krijgt dat je jezelf niet bent. Maar zodra je je een nieuw geluid eigen hebt gemaakt dat ook nog eens functioneel blijkt te zijn, dan is dat geluid (die stem, dat volume, die melodie, die kracht of mildheid, die klank, die uitspraak, dat tempo) als kleur op je persoonlijke palet onder te brengen. Klaar om ingezet te worden waar en wanneer dat maar nodig mag zijn.

2mast schoener

Realiteit

Om de stap van surrealisme naar realiteit te maken: Het is best prettig om te kunnen imiteren wanneer je zelf een speedboot bent die voor de gelegenheid gevraagd wordt een schoener te spelen. Of andersom.

Advertenties

Kleur bekennen: Duizendpoot of Kameleon?

Het spel tussen persoonlijke en professionele communicatie.

The King's Speech BreakProfessionele duizendpoten; alleskunners, worden geprezen om hun “praktische veelzijdigheid” en “multitasking vaardigheden”. Ook wel eens als “talent” aangeduid.

Professionele kameleons – dekkingzoekers, worden verweten “verschuilend” en “onbetrouwbaar” gedrag vertonen. Ook wel eens “diplomatiek” genoemd.

Of er nu sprake is van talenten, vaardigheden of gedrag, beide “karakters” hebben zo hun keerzijden. Duizendpoten worden ook als “oppervlakkig, technisch, vrijblijvend, afstandelijk of vluchtig” ervaren. Kameleons als “adaptief, luisterend, creatief, berekenend”.

Een rol van betekenis
Welke rol je ook hebt, speelt of krijgt toegedicht, je kunt betekenis geven aan die rol als je deze zelf in kunt kleuren. Welke functionele eigenschappen zijn nodig om jouw rol te spelen? En speel je die rol vanzelfsprekend (“zo ben ik nu eenmaal”) maar onbewust? Of uitgesproken (“ik investeer daar in”) en bewust?

Met welk dier je beroepsmatig ook wordt vergeleken, je talenten, vaardigheden en gedrag zijn op de werkvloer over het algemeen genoegzaam bekend. Eigenlijk wel geruststellend, zo’n zakelijke identiteit. Je weet waar je op kunt rekenen.
Daarbij hoeft je zakelijke identiteit niet overeen te komen met je persoonlijke identiteit. Sterker nog: deze twee verschillen niet zelden.

Nieuwe rol
Naarmate de omstandigheden (en daarmee ook de uitdagingen) veranderen, verwacht men dat je je gedrag wijzigt en je vaardigheden traint. Er wordt je gevraagd je expertise te delen via presentaties of workshops. Maar je stem, spraak, taal of communicatie zijn daar niet op berekend. Je wordt niet verstaan, verkeerd begrepen. Of men twijfelt aan je kennis, ervaring en inhoud. Er moet iets gebeuren.

Je wilt best aan je vaardigheden werken, maar ja… sommige vaardigheden vallen onder “gedrag”. En gedrag verander je toch niet zomaar? Trouwens: waarom zou je? Gedrag valt gevoelsmatig meer onder je persoonlijke identiteit. Je bent tot veel in staat maar wilt niet als een kameleon “van persoonlijkheid veranderen”, “een kunstje doen” of “een toneelstukje op lopen voeren”. Dit brengt je tot uitspraken als: “ik wil mezelf blijven”, “ik ga geen rol spelen” en “ik ga mijn ziel niet aan de duivel verkopen”.
Men moet met een heel goede reden komen om je dagelijks tijd te gaan laten besteden aan het veranderen van (bijvoorbeeld) spraakgedrag.

kameleonKameleon perspectief
Toch hoor je als je even oplet dit kameleon-gedrag overal om je heen: er wordt in het midden van een zin overgestapt van een zwaar dialect naar onberispelijk Nederlands, van de ene taal naar de andere ‘ge-switched’ en andersom. Waar op het ene moment nog op vertrouwelijke toon wordt gesproken, schiet men in hetzelfde gesprek uit de slof met een waarschuwingskreet, een commando, of een grap. Zelf sta je het ene moment op energieke toon te telefoneren, het volgende moment neig je zuchtend op de bank en praat je al, “hèhè”-zuchtend, verder.

Het is dit persoonlijke palet dat je kunt aanspreken als het gaat om professioneel vaardig functioneren. Als je als expert binnen je vakgebied gevraagd wordt om je kennis (verbaal) te delen ga je dat doen tegenover 12, 25 (of vaak méér) mensen. Dan is het nodig om een andere toon aan te slaan dan tegen je collega, je personeel, of je familie. Als je dat niet kunt, moet je het leren.

??????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????Duizendpoot perspectief
Een ander woord voor ‘je anders gedragen” is ook wel “acteren”. Een andere rol instuderen en spelen. Acteren betekent eigenlijk niets meer of minder dan ‘handelen’. Wijzigingen in je gedrag breng je met actief handelen aan.

Professionele communicatie is persoonlijke communicatie,
toegesneden op de functionele eisen van je beroepsuitoefening.

Concrete, functionele / professionele redenen om wijzigingen in je persoonlijke gedrag aan te brengen zouden kunnen zijn:
• ik wil de ander graag bereiken
• ik wil graag worden verstaan
• ik wil graag worden begrepen
• ik wil het verschil maken
Er zijn altijd redenen waarom we van rol wisselen, van de ene naar de andere dynamiek schakelen, van houding veranderen of een andere emotie tonen. Is dat verraad aan onszelf, of maken we gewoon gebruik van ons rijke palet aan mogelijkheden? Zijn we kameleons of duizendpoten?.

Handel, acteer… en beken kleur!

Wees een kameleon, en leer je kleur aanpassen.

Wordt daarmee de duizendpoot die overal met zijn kennis terecht kan.

Leer Timmeren – Hoofdstuk 2

Leer Timmeren - Hoofdstuk 2 - Timmeren in de praktijk“Voor rechtshandigen: Neem de spijker tussen duim en wijsvinger van de linkerhand, de punt naar beneden. Vat met de rechterhand de hamer zo ver mogelijk bij het uiteinde van de steel. Voel hoe het gewicht van de hamerkop….”

Zo stel ik me voor dat hoofdstuk 2 van het boekje “Leer Timmeren” er uit ziet, uiteraard geïllustreerd met plaatjes van spijkers, hamers en houten voorwerpen. In Hoofdstuk 1 is uitvoerig op de theorie ingegaan: doel, toepassingen, veiligheidsmaatregelen, materiaal. Ook zijn al een aantal tips gegeven: “koop degelijk materiaal, kies de materialen die voor uw klus het meest geschikt zijn”.

Leren uit een boekje… Voor het leren van sporten, ambachten en praktische handelingen is dat niet vanzelfsprekend. En over “vanzelfsprekend” gesproken: steeds vaker kom ik boekjes, maar ook blogs, filmpjes en websites tegen met “tips & trucs voor sprekers”. Hoe je als Obama moet klinken, hoe je “authentiek”, “gezagdragend” of “overtuig(en)d” moet klinken…

Spreken kun je gedeeltelijk uitleggen als een motorische activiteit, waarbij zowel het lichaam, de stem en het keel/neus/mondgebied betrokken zijn. Dat klinkt al ingewikkeld genoeg. Vreemd genoeg hebben we echter met een beetje geluk ‘vanzelf’ leren spreken. Bedenk je echter dat bijvoorbeeld emotie, luisteren, taal, kennis, intentie, aard, intellect en interpretatie ook een rol spelen bij spraak, dan ben je het wellicht met me eens dat spreken niet uit een boek kan worden geleerd! Spreken leer je in de praktijk. Al doende.

Als je als spreker spijkers met koppen wil slaan, moet je weten wélke elementen wélke rol spelen in de spraak. Daarnaast is het handig om te leren hóe je met die elementen aan de slag gaat om je spreekpatroon te verrijken. “Bekwaam Spreken – hoofdstuk 1”: oefenen, oefenen, oefenen. Lees dit blog maar eens hardop. Start met je hoogste toon en glijdt in de loop van het stuk steeds verder omlaag, tot je aan het einde je laagste toon hebt bereikt. Bel me maar als het is gelukt.