Welsprekendheid of Coprolalie*?

Over spreekdrempels en ijdele keuzes, vorm en inhoud. Tips voor kiezers en politici.

We kennen het begrip “kiesdrempel”. Maar voordat een politicus zich daar op kan richten moet eerst de kiezersdrempel worden gehaald. En om daarin te slagen moet je eerst de spreekdrempel passeren.

Illustraties: Paweł Kuczyński

De spreekdrempel is de kritieke grens voor het wel of niet verstaanbaar overbrengen van een boodschap. Eén en ander hangt hierbij af van de vorm die een politicus hanteert. Iedere spreker heeft mogelijkheden en beperkingen. Een binnensmonds sprekende politicus met een zwaar en onbekend dialect is moeilijk of niet te volgen. Ook spreekomstandigheden zijn bepalend: lawaai van morrend volk of muziek, een (te) grote ruimte of piepende microfoon bijvoorbeeld kunnen verhinderen dat een boodschap verstaanbaar bij de luisteraar landt.

Om de spreekdrempel te halen, moet de vorm in orde zijn.

Inhoud als uitgangspunt – de kiezersdrempel Het draait natuurlijk allemaal om de inhoud. Een politieke boodschap moet duidelijk zijn en tegelijkertijd voldoende ruimte aan nuance en nadere uitleg bieden. Begrijpelijkheid staat voorop; wie niet begrepen wordt komt alleen te staan. Als politicus let je op je woordkeuze; begrijpelijke taal is een eis. Verval echter niet in Jip-en-Janneke taal; publiek dat zich gekleineerd voelt haakt af. Wil je meer mensen betrekken, spreek dan in algemeen bekende termen. Een ruime woordenschat helpt daarbij. Jargon is alleen geschikt voor de kleine ‘incrowd’. Kies je woorden zorgvuldig en rangschik ze in overzichtelijke zinnen. Zorg voor een duidelijk onderwerp en bouw je verhaal goed op. Op die manier kun je in een later stadium makkelijker reageren op vragen via samenvatting, verwijzing, nieuwe formuleringen, extra uitleg, verklaringen en achtergronden. Je verhaal moet een duidelijk omlijnde inhoud bevatten die door de luisteraar is op te pakken. Als tenslotte de inhoud van de boodschap goed op de groep luisteraars is afgestemd kan ook de kiezersdrempel gehaald worden.

Inhoud en/of vorm? Politici kunnen dus onder de kiezersdrempel stranden door een gebrek aan inhoud. Toch is het nog maar de vraag of voor de inhoud even strenge normen gelden als voor de vorm. Spreken zou in feite niets anders moeten zijn dan een verbale vormgeving van de inhoud. De praktijk is vaak anders. De balans tussen vorm en inhoud is niet altijd even makkelijk te vinden en kan van de ene naar de andere kant doorslaan. Waar de ene politicus zich toelegt op het onthullen, naar voren brengen en toelichten van plannen is de andere er op uit zich daarover in de meest algemene bewoordingen uit te laten. Aan de kwestie in welke mate een politicus inhoud of vorm laat prevaleren wordt tegenwoordig veel aandacht besteed. Alleen al aan beschouwingen over de keuze voor inhoud of vorm gaat veel inhoud verloren. Worden kiezers benaderd met kennis, feiten en argumenten of met mooie praatjes, plaatjes en goede (of slechte) manieren? Het ongrijpbare element ligt besloten in het feit dat vorm voor een deel inhoudsbepalend is. Laten we daarom eens kijken waaruit de vorm eigenlijk bestaat…

“Vorm” nader bekeken (1) – Verstaanbaarheid Het spreekvolume is direct gerelateerd aan omstandigheden die aanwezigheid van de spreker vragen: Een slechthorende bejaarde op de markt, een roezemoezend publiek in een lawaaiige, grote ruimte en een vertrouwelijk gesprek in een rustig restaurant vragen om een flexibele instelling. Een spreker die boven de drempel uit wil komen moet beschikken over een ‘volumeknop’ die de omstandigheden compenseert. Een andere oplossing is te vinden in het gebruik van en de omgang met de juiste geluidsversterkende middelen (microfoon, megafoon). In de (uit)spraak van een spreker kan ook een beperkende factor schuilen: Lichte accenten (stadse of streekdialecten), een iets slissende [s] of licht gestotter zal aanvankelijk tot opmerkingen of zelfs hilariteit kunnen leiden. Dergelijk lichte afwijkingen in de vorm zullen een spreker niet direct aantasten in zijn verstaanbaarheid. De spreker wordt gehoord en verstaan. Gaan bovenstaande factoren te zwaar wegen (gebrek aan volume, zware spraakgebreken of onvervalste stad- of streekdialecten), dan leiden ze tot onverstaanbare spraak. Onverstaanbaarheid levert te veel vraagtekens op en leidt bij de luisteraar tot onbegrip, verongelijktheid en, uiteindelijk, desinteresse. De luisteraar haakt af – het heeft geen enkele zin om verder te luisteren. Verstaanbaarheid is het eerste en meest functionele criterium om boven de spreekdrempel te belanden. Onverstaanbare politici kunnen dus beter inpakken of zwijgen (of aan hun spraak gaan werken). Het Stemgebruik en de articulatie van politici moet gemiddeld tot voldoende zijn ontwikkeld om de spreekdrempel te halen.

Alle huidige fractieleiders (en de meeste politici) voldoen aan dit criterium. Als zij over de juiste inhoud beschikken, hoeven zij zich daarover dus geen zorgen te maken**.

“Vorm” nader bekeken (2) – Charisma en charme, karakter en “aansprekelijkheid” Nu de minimale spreekdrempel (verstaanbaarheid) is gehaald, kunnen we het over de vormgeving van de inhoud hebben. Want: zoals het oog wat wil hebben, de oren willen dat óók. Anders dan bij ‘verstaanbaarheid’, vergt deze vorm-eis veel meer van de vaardigheden van een spreker. Als een spreker zijn inhoud wil koppelen aan de vorm, moet hij beschikken over voldoende beweeglijkheid op het gebied van: Toon (melodie), Tempo (ritme), Stemkleuring / timbre (karakter) en Volume (dynamiek in de ruimte). Hoe brengt een politicus de boodschap? Vriendelijk en redelijk? Strijdbaar en krachtig? Klagerig of verwijtend? Hakketakkend of aalglad? Maakt dat de boodschap geloofwaardig of aantrekkelijk? Al deze spreekeffecten komen door bovengenoemde vorm-elementen tot stand. En als kiezers een bepaalde vorm als geloofwaardig of (on)aantrekkelijk beoordelen, dan zegt dat ook iets over deze kiezers als luisteraar. Persoonlijke voorkeur voor een spreker, de mate waarin de vorm door een luisteraar wordt gewaardeerd… De politicus die er in slaagt om op dit front de meeste luisteraars te behagen, trekt de meeste luisteraars over de kiezersdrempel.

Bevlogen politici gebruiken deze vormfactor om “congruent” te zijn: hun persoonlijke beweegredenen en overtuigingen vallen samen met het karakter waarmee zij hun spraak vormgeven. Lukt dat, dan vliegen termen als ‘inspirerend, charismatisch en indrukwekkend” hen om de oren. Lukt dat niet, dan vallen typeringen als “afstandelijk, kil, nietszeggend, zeurderig, arrogant, geacteerd, gemaakt of overdreven” de spreker ten deel. Een politicus kan ook doorslaan met een knieval naar de vorm : om populair over te komen en publiek aan zich te binden. De vorm wordt belangrijker dan de inhoud. Daarmee hoeft de link naar de innerlijke drijfveren of motivatie niet verloren te gaan. Wel ontstaat het gevaar dat de relatie met de inhoud meer en meer wordt verbroken. Door een verhaal bijvoorbeeld niet (meer) op feiten te baseren. Of door niet-representatieve voorbeelden aan te dragen. Door kiezers naar de mond te praten, standpunten makkelijk te wisselen. Er komen niet zelden valse beloften of leugens aan te pas; de politicus doet zich beter voor dan hij of zij is. Het geluid van een dergelijke spreker refereert niet meer aan mogelijk aanwezige kennis bij de luisteraar maar probeert alleen maar aan te sluiten bij het geluid van de potentiële kiezer om draagvlak en “resonantie” te verkrijgen. Het hanteren van deze vorm kan leiden tot ijdele keuzes; het feit dat een potentiële kiezer zich voelt aangesproken is op dat moment belangrijker voor de spreker. Het doel heiligt de middelen; de vorm sluit aan bij de intentie van de politicus. Deze bereikt hierdoor zijn doel: de kiezersdrempel overschrijden.

Kiezen of delen – Pro forma en contra forma Een welsprekend politicus kan zijn ideeën onderstrepen en in debatten zijn tegenstanders verslaan door de vorm adequaat te hanteren.

Echter: een politicus die zich verliest in welsprekendheid kan de schijn tegen zich krijgen: “te gladjes, de waarheid verhullend, hypocriet, alles mooier maken dan het is, het klinkt zo gemakkelijk als jij het zegt, jij kan zelfs poep verkopen of het goud is…” Ook al is de inhoud krachtig en helder, de geloofwaardigheid daalt, deze is “te mooi om waar te zijn”.

Een gebrek aan vorm hoeft daarentegen niet erg te zijn. Kiezers hebben wel aanmerkingen (“wat een boers accent, wat een botterik, wat een afschuwelijke stem”) maar kunnen duidelijk gemarkeerde inhoud en concrete argumenten en motivatie wel op waarde schatten.

Het is natuurlijk het mooist als de kiezer over de drempel wordt geholpen op grond van een evenwichtige verdeling van vorm en inhoud. Vóór u kiest is het daarom misschien redelijk om u af te vragen waar de beweegredenen voor uw keuze hun oorsprong vinden. Bent u overtuigd, overrompeld, ingepakt of afgeschrikt? Bent u van mening veranderd of gemanipuleerd? Kiest u voor de inhoud of voor de vorm – of voor een prettige mix?

Sterkte met uw stem!

*) Poep praten, “talking shit”

**) Aan het halen van de spreekdrempel kunnen geen rechten worden ontleend. Het halen van de spreekdrempel staat garant voor het halen van de kiezersdrempel, maar garandeert in geen enkel opzicht het behalen van de kiesdrempel.

Illustraties: Paweł Kuczyński Illustraties: Paweł Kuczyński

Meer van zijn werk – ga naar http://www.pictorem.com/profile/Pawel.Kuczynski

Advertenties

Sprekers-spagaat: authenticiteit of een koud kunstje?

Aaron Jasinski bron Chris DancyIllustratie: Aaron Jasinski | Bron: Chris Dancy

Als een spreker authentiek overkomt op een publiek, hoeft dat voor de spreker in kwestie niet “authentiek” te voelen. Sterker nog: een spreker kan sterk het gevoel hebben dat hij/zij acteert, hard aan het werk is en actief omgaat met alles wat er om hem heen speelt.

Spreken
Op het moment suprême is een spreker vaak geënerveerd, overalert en sterk geconcentreerd. De toestand waarin een spreker tijdens het spreken verkeert varieert in zijn eigen beschrijving nogal: van o.a. ‘druk in het hoofd’, “fysiek ingespannen”, “boven zichzelf uitgestegen” tot “ongelofelijk ontspannen”, “alsof het allemaal vanzelf kwam” en “alsof ik aan het surfen was”.
Belangrijk om te weten is, dat de oorzaak van dit gevoel ligt in de aard van de voorbereiding.

Wat vooraf ging
De inhoud is op orde. Lichaam en geest in conditie. Het professioneel inhoudelijke en het persoonlijk expressieve deel zijn uitvoerig aan de orde geweest: doorspreken, oefenen, trainen. In de voorbereiding wordt toegewerkt naar een definitieve voordracht, waarbij de spreker in staat is de inhoud doelgericht en functioneel op de omgeving af te stemmen. Elke nieuwe combinatie die voortkomt uit de aandacht voor beide kanten (professie en persoonlijkheid, inhoud en vorm), levert een nieuwe en unieke modus op. Hoe dat ook aanvoelt en hoe dat er ook uitziet.
Professionele inhoud en persoonlijk functioneren vallen samen in een eenmalige, unieke presentatie.

Actief handelen
Een goede spreker handelt niet vanachter een masker, doet geen ‘kunstje’ of ‘truc’ maar regisseert zijn handelingen vanuit een ander perspectief dan ‘iemand die praat’. Daarmee is een spreker regisseur en en acteur ineen.

Samenwerking
De regisseur houdt de vorm, inhoud, volgorde, timing en interactie in de gaten – speelt in op onverwachte gebeurtenissen met de nodige aanpassingen. De regie benut de speelruimte die er is.
De acteur speelt zijn rol en voert de handelingen uit (spraak, beweging, interactie) waarin hij is getraind.
De acteur laat zich ook niet afleiden door goedbedoelde maar éénduidige tips over de adembeweging, de positie van de handen of het lichaam, de richting van de blik of de toon van spreken. De acteur is bezig met zijn werk en doet alles wat nodig is om het gestelde doel* te behalen.

Gemak
Voor de buitenwereld is dat niet zichtbaar – men wacht af op wat gaat komen en luistert naar wat de spreker te vertellen heeft. Men ervaart de spreker als ‘een geboren spreker’ wiens taak hem gemakkelijk, ‘als vanzelf’ afgaat. Hierin kenmerkt zich de ware spreker.

Het geheim
Authenticiteit ligt niet alleen bij de spreker, maar is een gevolg van bewust handelen dat betekenis krijgt bij de gratie van uitwisseling. Een uitwisseling die de spreker bewerkstelligt tussen zichzelf en zijn publiek. Dat levert een oneindig aantal mogelijkheden op voor spreker en luisteraar!

*Het doel van een spreker kan nogal variëren. O.a:

verwelkomen, informeren, intermediëren, verbinden, onderrichten, adviseren, richten, onderzoeken, verkennen, verzoeken, inventariseren, motiveren, ondersteunen, coachen, delegeren, gebieden, eisen, commanderen, werven, verkopen, evangeliseren, pleiten, verdedigen, beoordelen, veroordelen, toelichten, beschouwen, filosoferen, overwegen, uitwisselen, delen, overtuigen, argumenteren, discussiëren, debatteren, becommentariëren, evalueren, waarderen…


 

#edl16 – Blog in het kader van de Europese dag van de Logopedie op 6 maart 2016

Taal, Spraak, Stem, Gehoor

Alex Boon traint sprekers met het vinden van de balans tussen professioneel en persoonlijk, integer en provocerend, functioneel en doelmatig, intentioneel en intuïtief, informeel en zakelijk, communiceren.


 

Stemmen Veinzen (of: De kunst van het Authentiek Imiteren)

groep vrouwen die de bewegingen van een schoener imiteert (Salvador Dali, 1940)Een groep vrouwen die de bewegingen van een schoener imiteert (Salvador Dali, 1940)

Surrealisme
Drie vrouwen die een schoener nadoen in de beeldtaal van Dali. Surrealisme?
Nabootsen, parodiëren, impressie geven, kopiëren, veinzen – het maakt een wezenlijk deel uit van ons bestaan. Ieder kind “doet wel eens een stemmetje”. Een dier, een monster of een tekenfilmstemmetje. Soms bauwen kinderen elkaar (of een volwassene) na – niet zelden met een spottende bedoeling.
Het spiegelende effect van een geslaagde nabootsing kan nogal confronterend zijn. Door iemand na te doen, kun je diens imago in een ander perspectief proberen te plaatsen. Negatief, door iemand omlaag te halen of belachelijk te maken (hij/zij zeurt, slijmt, is dom, onnozel of irritant, etc.). Of positief, door iemand op te steken als voorbeeldig (hij/zij is imposant, komisch/humoristisch, overtuigend, ad rem, kalm, gezagvol).

Imiteren als beroep
Sommige podiumartiesten hebben het imiteren tot kunst verheven. Jochem Meyjer volgde met zijn hoge tempo van rake imitaties de wat bezadigder werkend Robert Paul op. Spelers van TVprogramma Koefnoen (w.o. Paul Groote en Plien van Bennekom) en cabaretiers als Sanne Wallis de Vries maken kundig gebruik van hun vermogen tot imitatie. De Engelstalige imitator Jim Meskimen spreekt teksten van Shakespeare uit met de stemmen van een hele reeks “celebreties”. En acteurs als Kevin Spacey maken er een sport van om hun collega’s te imiteren.

Kopiëren
Imitatie van het gesproken woord is niet algemeen verbreid in gebruik. In de zangwereld komt stem-imitatie juist regelmatig voor. Een (veelal ‘beroemde’) zangstem is daarbij het doelgeluid. Jonge en meestal beginnend zangers en zangeressen streven naar het geluid van hun popidool. Dit kopiëren van een stem gaat niet zelden ten koste van het ‘eigen’ geluid. Om die reden kunnen zij natuurlijk beter één van de vele zangtechnieken leren gebruiken (Ineke VandoornArtEZ / NVZ)!

Normaal

Geitenveinzer

Geitenveinzer

Soms doen “normale volwassen” een ander na. “Normale Mensen” Ronald Snijders en Fedor van Eldijk vermelden in hun boek ”De Alfabetweter – 1000 nieuwe woorden die het niet gaan redden” (Uitg. de Harmonie, 2013) zelfs termen voor volwassen imitators, zoals daar zijn: ‘de geitenveinzer (hij die doet alsof hij een geit is) ‘de paardenveinzer’ (iem. die doet alsof een bepaald beest een paard is) maar ook ‘de groenteparodist’ (iem. die groenten op spottende wijze nadoet). Eerlijk gezegd: “normale volwassenen” zijn het imiteren vaak verleerd. Stemmen imiteren wordt door hen afgedaan als kinderachtig, gek of grappig doen, ongepast en zelfs als slecht voor je stem. Jammer, want het vermogen om stemmen te kunnen imiteren heeft ook een functionele kant!

Alles doet mee
Bij stemmen imiteren dekt het woord “stem-imiteren” de lading niet helemaal. Bij een goed geslaagde imitatie worden ook spraak (articulatie en accent) woordenschat, zinsbouw, mimiek en houding nagebootst. Doe maar eens een poging om een familielid, de koning(in), een andere bekende Nederlander of een middenstander uit de winkelstraat te imiteren. Er verandert dan onmiddellijk iets in je hele houding, je gebaren, je manier van voorkomen, je taalgebruik en je accent.

Leren
Imiteren is – naast een speelse en leuke bezigheid een onontbeerlijke menselijke vaardigheid (lees bijvoorbeeld “imitatie en innerlijke representatie” door de ontwikkelingspsycholoog Jean Piaget). Door te imiteren komen we wat meer te weten over de ander; tegelijkertijd verkennen we onze eigen mogelijkheden. Dat komt van pas als je bijvoorbeeld luider wilt leren spreken. Of als je iets aan je accent wilt doen. Wanneer je je imitatievermogen gebruikt om accenten na te doen kun je het dus ook gebruiken om accentloos te leren spreken. Gebruik je het om een reus of heks na te doen, dan kun je in principe lager, luider of hoger spreken dan ‘normaal’…

Toepassen
Imitatietechniek valt als leerweg te overwegen wanneer je snel iets onder de knie wilt krijgen. Imitatie is praktisch inzetbaar tijdens stem- en spraaktraining – je kunt er ‘kort door de bocht’ mee werken. Wellicht maakt het dat je tijdens het imiteren even het idee krijgt dat je jezelf niet bent. Maar zodra je je een nieuw geluid eigen hebt gemaakt dat ook nog eens functioneel blijkt te zijn, dan is dat geluid (die stem, dat volume, die melodie, die kracht of mildheid, die klank, die uitspraak, dat tempo) als kleur op je persoonlijke palet onder te brengen. Klaar om ingezet te worden waar en wanneer dat maar nodig mag zijn.

2mast schoener

Realiteit

Om de stap van surrealisme naar realiteit te maken: Het is best prettig om te kunnen imiteren wanneer je zelf een speedboot bent die voor de gelegenheid gevraagd wordt een schoener te spelen. Of andersom.

207e bot(je) ondekt: os loqui

Tot nog toe is algemeen bekend dat het menselijk skelet uit gemiddeld 206 beenderen bestaat. Gemiddeld, omdat er individueel nogal eens variaties voorkomen in bijvoorbeeld het aantal sesambeenderen of het aantal wervels, met name in het staartbeen.

skeletal-system

Ontdekking

De ontdekking die in maart van dit jaar is gedaan mag dan ook uitzonderlijk worden genoemd. Het gaat om een niet algemeen voorkomend, specifiek beentje, dat verantwoordelijk zou zijn voor wat het menselijk ras onderscheidt van andere diersoorten: de ontwikkeling en perfectionering van de spraak.

Os loqui

os loquiHet beentje (dat ‘os loqui’ oftewel ‘spreekbeentje’ is gedoopt) wordt door verschillende stem- en spraakspecialisten al ‘de ontbrekende schakel’ genoemd tussen onze niet-sprekende voorouders en de eerste mensensoort waar al veel over bekend is: de homo sapiens. De ontdekking werpt nieuw licht op onderzoek naar de ‘sprekende mens’ (homo loquens) van vóór het tijdperk van de homo sapiens – de periode van meer dan 280.000 jaar geleden.

Het betreffende beentje is concaaf van vorm, in doorsnee variërend van 4 tot 6 mm en heeft een lengte van 11-13 mm.

Spreekvaardigheid

De ontdekker van het beentje, stemantropoloog Alex Boon, heeft inmiddels een voorlopige theorie ontwikkeld rond de functie van het beentje. “Er kan met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gesteld worden dat het beentje positief bijdraagt aan zowel de mogelijkheid tot vrije stemproductie als aan de ontwikkeling van de precieze spraakmotoriek die nodig is bij de klankvorming van gesproken taal bij de mens. Bezitters van het beentje zijn duidelijk bevoordeeld bij de ontwikkeling van de spreekvaardigheid ten opzichte van hen die het zonder dit beentje moeten stellen.”

Onderzoek

Inmiddels wordt ook binnen verschillende toneelopleidingen en conservatoria belangstelling getoond voor het bestaan van het beentje en de rol die het beentje speelt bij de klankvorming tijdens acteren en zingen. Naar de manier waarop dit minuscule beentje invloed uitoefent op de spraak moet nog verder worden onderzoek worden gedaan. Hiervoor kan Boon rekenen op de inspanningen van zijn collega’s uit België, die een onderzoek naar spreekvaardigheid willen starten bij hedendaagse (Nederlands- en Vlaamstalige) sprekers bij wie de aanwezigheid van het spreekbeentje reeds is geconstateerd. Het onderzoek wordt gedaan bij mensen die ervaring hebben in een spreekberoep, zoals acteurs en logopedisten. Tijdens het onderzoek wordt gebruik gemaakt van een controlegroep van sprekers uit dezelfde categorie die niet over een spreekbeentje beschikken.

Informatie voor sprekers en geïnteresseerden

De resultaten van dit onderzoek zullen in de toekomst op de website Spreekbeentje.nl worden gepubliceerd. Sprekers zonder spreekbeentje die hun medewerking aan het onderzoek willen verlenen kunnen op deze website terecht voor meer informatie of een bericht sturen naar Alex Boon.

Kleur bekennen: Duizendpoot of Kameleon?

Het spel tussen persoonlijke en professionele communicatie.

The King's Speech BreakProfessionele duizendpoten; alleskunners, worden geprezen om hun “praktische veelzijdigheid” en “multitasking vaardigheden”. Ook wel eens als “talent” aangeduid.

Professionele kameleons – dekkingzoekers, worden verweten “verschuilend” en “onbetrouwbaar” gedrag vertonen. Ook wel eens “diplomatiek” genoemd.

Of er nu sprake is van talenten, vaardigheden of gedrag, beide “karakters” hebben zo hun keerzijden. Duizendpoten worden ook als “oppervlakkig, technisch, vrijblijvend, afstandelijk of vluchtig” ervaren. Kameleons als “adaptief, luisterend, creatief, berekenend”.

Een rol van betekenis
Welke rol je ook hebt, speelt of krijgt toegedicht, je kunt betekenis geven aan die rol als je deze zelf in kunt kleuren. Welke functionele eigenschappen zijn nodig om jouw rol te spelen? En speel je die rol vanzelfsprekend (“zo ben ik nu eenmaal”) maar onbewust? Of uitgesproken (“ik investeer daar in”) en bewust?

Met welk dier je beroepsmatig ook wordt vergeleken, je talenten, vaardigheden en gedrag zijn op de werkvloer over het algemeen genoegzaam bekend. Eigenlijk wel geruststellend, zo’n zakelijke identiteit. Je weet waar je op kunt rekenen.
Daarbij hoeft je zakelijke identiteit niet overeen te komen met je persoonlijke identiteit. Sterker nog: deze twee verschillen niet zelden.

Nieuwe rol
Naarmate de omstandigheden (en daarmee ook de uitdagingen) veranderen, verwacht men dat je je gedrag wijzigt en je vaardigheden traint. Er wordt je gevraagd je expertise te delen via presentaties of workshops. Maar je stem, spraak, taal of communicatie zijn daar niet op berekend. Je wordt niet verstaan, verkeerd begrepen. Of men twijfelt aan je kennis, ervaring en inhoud. Er moet iets gebeuren.

Je wilt best aan je vaardigheden werken, maar ja… sommige vaardigheden vallen onder “gedrag”. En gedrag verander je toch niet zomaar? Trouwens: waarom zou je? Gedrag valt gevoelsmatig meer onder je persoonlijke identiteit. Je bent tot veel in staat maar wilt niet als een kameleon “van persoonlijkheid veranderen”, “een kunstje doen” of “een toneelstukje op lopen voeren”. Dit brengt je tot uitspraken als: “ik wil mezelf blijven”, “ik ga geen rol spelen” en “ik ga mijn ziel niet aan de duivel verkopen”.
Men moet met een heel goede reden komen om je dagelijks tijd te gaan laten besteden aan het veranderen van (bijvoorbeeld) spraakgedrag.

kameleonKameleon perspectief
Toch hoor je als je even oplet dit kameleon-gedrag overal om je heen: er wordt in het midden van een zin overgestapt van een zwaar dialect naar onberispelijk Nederlands, van de ene taal naar de andere ‘ge-switched’ en andersom. Waar op het ene moment nog op vertrouwelijke toon wordt gesproken, schiet men in hetzelfde gesprek uit de slof met een waarschuwingskreet, een commando, of een grap. Zelf sta je het ene moment op energieke toon te telefoneren, het volgende moment neig je zuchtend op de bank en praat je al, “hèhè”-zuchtend, verder.

Het is dit persoonlijke palet dat je kunt aanspreken als het gaat om professioneel vaardig functioneren. Als je als expert binnen je vakgebied gevraagd wordt om je kennis (verbaal) te delen ga je dat doen tegenover 12, 25 (of vaak méér) mensen. Dan is het nodig om een andere toon aan te slaan dan tegen je collega, je personeel, of je familie. Als je dat niet kunt, moet je het leren.

??????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????Duizendpoot perspectief
Een ander woord voor ‘je anders gedragen” is ook wel “acteren”. Een andere rol instuderen en spelen. Acteren betekent eigenlijk niets meer of minder dan ‘handelen’. Wijzigingen in je gedrag breng je met actief handelen aan.

Professionele communicatie is persoonlijke communicatie,
toegesneden op de functionele eisen van je beroepsuitoefening.

Concrete, functionele / professionele redenen om wijzigingen in je persoonlijke gedrag aan te brengen zouden kunnen zijn:
• ik wil de ander graag bereiken
• ik wil graag worden verstaan
• ik wil graag worden begrepen
• ik wil het verschil maken
Er zijn altijd redenen waarom we van rol wisselen, van de ene naar de andere dynamiek schakelen, van houding veranderen of een andere emotie tonen. Is dat verraad aan onszelf, of maken we gewoon gebruik van ons rijke palet aan mogelijkheden? Zijn we kameleons of duizendpoten?.

Handel, acteer… en beken kleur!

Wees een kameleon, en leer je kleur aanpassen.

Wordt daarmee de duizendpoot die overal met zijn kennis terecht kan.

Haal die kurk uit je mond!

“Stop er maar een kurk in”, hoor je wel eens fluisteren als iemand eindeloos doortettert op het moment dat er bij niemand meer de behoefte bestaat om te luisteren.

Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar diezelfde kurk, bedoeld om de spraakwaterval te stoppen, wordt ingezet bij het oefenen van spreken – en dat is niet bij iedereen bekend.

Veel acteurs, voice-overs en sprekers, maar ook zangers en logopedisten worden in hun studietijd geconfronteerd met de ‘kurk-oefening’.

mond kurkIn het ideale geval wordt zowel op stem- als op articulatie niveau de spraak in positieve zin beïnvloed door deze kurk-oefening. De stem gaat vrijer en volumineuzer klinken, de spieren in de kaak worden warm en beweeglijk, de mondopening wordt ruimer. Eén en ander valt of staat wel met de manier waarop instructie wordt gegeven en in sommige gevallen werkt de oefening traag, nauwelijks of niet bijster effectief (soms zelfs contraproductief). Dit heeft te maken met de verschillende opvattingen of de onbekendheid met de wijze waarop de oefening gedaan moet worden; ongunstige bij-effecten die het plaatsen van een kurk in de mond nu eenmaal veroorzaakt domineren vaak het succes van de oefening.

Kurk 1
De kurk, die volgens de één liggend tussen de voortanden en volgens de ander tussen de kiezen moet worden geklemd tijdens het oefenen kent namelijk enkele nadelen:
De natuurlijke spraakmotoriek en het mondgevoel worden verstoord, er ontstaat een te grote mondopening, er is beperkte lipbeweging en geen lipsluiting mogelijk en er wordt makkelijk ongewenste spanning opgebouwd door de actie van de kaken. Er moet zoveel energie gestopt worden in het omgaan met de nadelen van dit voorwerp in de mond, dat sommige studenten de oefening dan ook meer als een kwelling dan als een stimulans ervaren.

Kurk 2
Een technisch meer geschikte variant op de kurk-tussen-de-kiezen ziet er zo uit: plaats twee schijfjes kurk van 2 à 3 mm dikte links en rechts tussen de kiezen. De lippen kunnen nu tijdens het oefenen gesloten worden (wat bij de vorming van de [m] en de [p] praktisch is) Pas wel op: er bestaat gevaar voor verslikken. Bovendien is de smaak onaangenaam, breken de schijfjes gemakkelijk, laat de kurk regelmatig korreltjes in de mond achter (pffth!) en is het nogal een gedoe om de schijfjes voor eenmalig gebruik te vervaardigen en op hun plek te krijgen/houden.

Overige
Als alternatief voor de kurk worden er allerlei voorwerpen (uiteenlopend van pennen- en stiftdoppen tot aan afgezaagde tandenborstelstelen) tussen de tanden geklemd. Niet zelden schadelijk voor het gebit en menigeen is op het nippertje aan verstikking of verslikking ontsnapt bij het gebruik van dergelijke objecten voor spraakoefeningen. Een Amerikaanse raadt zelfs aan om een kunststof muurplug te gebruiken. Met het advies om er een vislijn door te rijgen (…).

Vingers
Tenslotte zijn er docenten die hun studenten instrueren in het gebruik van vingers of duim, door die tussen de voorste snijtanden te plaatsen. Verslikken is niet meer mogelijk en het gebit wordt gespaard. Wel kan de oefening pijnlijk zijn – bovendien ontstaat een onnatuurlijke houding en wordt de bewegingsvrijheid belemmerd. Enig voordeel is dat je voor deze variant je attributen altijd “bij de hand” hebt en je ze ook niet per ongeluk in kunt slikken…

Spreekbeentje
Maximaal effect wordt verkregen door gebruik te maken van een spreekbeentje, een klein voorwerpje dat speciaal ontworpen is om het mondgevoel, de mondmotoriek en de bewegingsvrijheid zo weinig mogelijk te verstoren tijdens het oefenen. Het kan op een veilige manier worden ingezet om te werken aan een ruim, ontspannen stemgeluid en een actieve en accurate articulatie. Het minimale formaat (dat om de hals wordt gedragen en tevoorschijn wordt gehaald op momenten dat er geoefend gaat worden) maakt het tot een praktisch gebruiksvoorwerp bij stem- en spraaktraining. En waar bij de kurk de instructie ontbreekt (plop!), is die bij elk spreekbeentje in de vorm van een klein boekwerkje of professionele stem- of spraakdocent altijd nabij.
Tip: Gebruik effectief en professioneel gevormd materiaal bij het oefenen van stem en spraak!

www.spreekbeentje.nl

Van de paplepel en de inhoud

Moerstaalpaplepel

Wie dit leest heeft leren praten. Vanzelf, automatisch – het is je met de paplepel ingegoten door vaders, moeders, broertjes, zusjes of wie zich ook maar over je heeft ontfermd in de vroege kindertijd. Vaak kun je aan iemand horen waar die paplepel is gehanteerd. Onze taal is rijk en kent vele variaties in de vorm van dialecten en accenten. Toen je wereld groter werd merkte je dat het er daar vaak anders aan toe ging dan ‘thuis’. Je leerde de taal van anderen kennen en soms ook spreken.

Opdissen

Nu je volwassen bent en weet hoe je jouw mogelijkheden ontwikkelt, is je wereld, je rol en de daaraan gekoppelde verantwoordelijkheid sterker gedefinieerd. Jíj bent nu degene die de paplepel hanteert. De inhoud daarvan dien je toe aan eenieder die gevoed moet worden. Je hebt gemerkt dat die taak varieert, afhankelijk van de maaltijd die je opdient of het publiek dat bij je komt eten.

Zware kost bijvoorbeeld, moet ‘mondjesmaat’ en ‘hapklaar’ worden aangeboden. Op smaak brengen doe je met zout en kruiden, de vertering bevorder je met je keuze en combinatie van de ingrediënten. En ach… voor toetjes die de maaltijd prettig en met voldoening af kunnen sluiten blijkt meestal nog wel plek te zijn. Zo stem je inhoud en vorm op elkaar af om het leerproces optimaal te laten verlopen.

Maar uiteindelijk geldt: “The proof of the pudding is in the eating”.

Eigen vermogen

Je spreekt naar vermogen. Je bedient kieskauwers & fijnproevers, gulzigaards & veelvraten en kunt kiezen voor “veel praten en weinig zeggen, praten als een kip zonder kop, spreken als Brugman”, of “recht uit het hart spreken”. Maar meestal “zingt ieder vogeltje zoals het gebekt is”.

Om in bijzondere omstandigheden (rumoer, grote zalen, intieme ruimtes, wandelpaden) en met specifieke spreekdoelen (onderhandelen, overleggen, functioneren, debatteren, informeren, overtuigen) te voorkomen dat “je spreekt voor dovemansoren” en “paar’len voor de zwijnen gooit”, kun je naar technieken grijpen die je inhoud toegankelijk maken zodat je iedere luisteraar bedient. Verstaanbaar en begrijpelijk overkomen eist dat je de inhoud zodanig vormgeeft dat je boodschap manifest is.

Besteed dus, behalve aan de pap, ook regelmatig aandacht aan jezelf, de lepel en de luisteraar. De inhoud gaat vóór de vorm, maar inhoud zonder vorm bestaat niet!