Je hebt net de sirene van het luchtalarm gehoord – niet bepaald eentonig en… wát een herrie! Monotone sprekers leren bij mij hun stem in de hoogte en laagte te verkennen. Zodra het ze lukt merken ze vaak lachend op: ‘ik lijk wel een luchtalarm!’

Ik lijk wel een sirene

Als kind kon je het luchtalarm, de politie-, ambulance en brandweersirenes al nadoen. Het goede nieuws is dat je dat als volwassene nog steeds kunt: je stem is nog steeds even beweeglijk als toen. Je hoofd zegt soms iets anders: het werkt samen met je oren en controleert je geluid tot het punt waarvan jij vindt dat het welletjes is. Daardoor kun je te bescheiden of monotoon klinken waar je wel wat meer kracht en beweging mag gebruiken. Om de beweeglijkheid van je stem te ontdekken schreef ik erover op bladzijde 35 van mijn boek: ‘Toon – bij hoog en bij laag’. Natuurlijk kun je verderop de volgende stap nemen met de toepassing van die beweeglijkheid, maar ik wil je voor nu de ervaring om als een sirene te kunnen klinken niet onthouden.

Oefening

Je vindt de oefening hieronder, veel plezier ermee: het einddoel ervan is dat je collega’s of huisgenoten op je af komen snellen met de vraag of alles in orde is. Veel succes!

Toon – bij hoog en bij laag

Je kunt je stem hoger laten klinken of lager laten zakken; laten stijgen en dalen. Het leuke is dat je meestal veel hoger kunt dan je denkt. Boven het geluid waarvan jij denkt dat het je hoogste toon is, bevindt zich nog een gebied waar je zelden komt. Misschien wanneer je (je) kinderen aan het voorlezen bent?

Kinderen hebben over het algemeen hoge tot zéér hoge stemmen. Vrouwen ook, maar hun stem is meestal lager dan die van kinderen en niet altijd meer zo hoog. Dat komt doordat hun larynx tijdens de puberteit is gegroeid. Mannen klinken gemiddeld weer lager dan vrouwen; hun larynx is nog verder uitgegroeid en hun stemplooien zijn gemiddeld langer dan die van vrouwen. Sommige mannen hebben een relatief hoge stem. En sommige vrouwen een relatief lage.

Het gebied tussen je allerlaagste en je allerhoogste geluid heet je toonbereik (in de zang: tessitura).

Ga eens uitproberen hoe het bij jou zit:

– Zet je stem AAN. Je kunt dit doen met de lippen op elkaar of terwijl je mond een beetje openhangt: de lippen losjes van elkaar.

– Laat je geluid langzaam, rustig, lekker ontspannen zakken. Laat je stem steeds lager zakken, richting lage mannenstem (of een reus). Doe geen moeite. Kijk maar waar je uitkomt.

– Laat nu je geluid langzaam, rustig en ontspannen omhooggaan, richting kinderstem (of een kabouter). Ook hier: verricht geen inspanning, doe zo weinig mogelijk moeite.

Laat je stem bij dit experiment ontspannen stijgen of dalen. Forceer of knijp je stem niet, vooral niet als je op je hoogste of laagste punt aan begint te komen. Op z’n allerlaagst gaat je stem vanzelf UIT. Voor ademen geldt hetzelfde als bij het volume-experiment: neem gerust pauzes en ga daarna verder vanaf de toonhoogte waar je was gebleven.

Deed je stemgeluid bij deze oefening een beetje denken aan het geluid van een auto die steeds langzamer ging rijden (toon omlaag) of juist aan het versnellen was (toon omhoog)? Of aan een sirene als je traag genoeg steeg en daalde? Mooi, dan is het gelukt.

Je hebt de volgende belangrijke knop gebruikt: je toonknop.

Eens kijken wat je daarmee kunt doen:

– Zet je stem AAN, op één toon. Doe dat lang, langer dan vijf seconden.

– Kies nu een heel andere toon (hoger of lager) en houd ook deze toon lang aan.

– Ga zo door en kies telkens een andere toon. Vergeet de superhoge en de superlage tonen niet!

– Als dat lukt, kun je het opnieuw doen, maar haal nu geen adem meer tussendoor.

Probeer eens uit hoe lang en vaak je van toon kunt wisselen op één adem. Twee of drie verschillende toonhoogtes moet wel gaan lukken…

– Ga door. Alleen: beweeg nu heel langzaam omhoog of omlaag van de ene naar de andere toon.

– Ga verder met deze bewegingen omhoog en omlaag, maar beweeg nu wat sneller.

– Houd je stem nu onafgebroken aan op één toon, totdat je opnieuw moet ademen. Ga daarna verder met de gekozen toon en beweeg je stem in ‘golven’ omhoog en omlaag. In lange golven. Afgewisseld met bruuske veranderingen van richting: snel omhoog. Of snel omlaag. Blijf dan weer eens op één toon ‘hangen’ en golf vervolgens weer door.

Je kunt je stem nu omhoog en omlaag sturen zo lang en wanneer je maar wilt.”

Fragment uit: “HOE ZAL IK HET ZEGGEN – SLEUTELEN AAN JE STEM voor sprekende professionals en professionele sprekers.”

Wil je aan je stem werken om effectiever te kunnen vergaderen, presenteren lesgeven of om in andere spreeksituaties de toon te kunnen zetten?

Neem gerust contact met me op voor individuele stemtraining.

http://www.hoezalikhetzeggen.nl

reageer

Trending