
Meerval | Silurus Glanis
Kaakval – deel 2
Stomme slimmerd
Een meerval is een stom beest. Daarmee bedoel ik stil. Niet dom. Een meerval heeft geen stem(plooien) en kan dus geen geluid produceren, laat staan praten. Maar horen doet de meerval als de beste! Ernst Heinrich Weber* (24 juni 1795 – 26 januari 1878) ontdekte dat sommige vissen driemaal hogere frequenties kunnen waarnemen dan gemiddeld. Hun zwemblaas vangt geluidstrillingen op, versterkt die en geeft ze via een benige verbinding direct door aan het gehoororgaan. Dit supergehoororgaan van de meerval is weliswaar niet bedoeld om te leren spreken, maar om vriend, prooi en vijand van verre te kunnen signaleren. Slim systeem.
Kaakval
De bek van een meerval kan wijd open: bij een groot exemplaar passen er zelfs duiven en eenden in! De enorme kaakval maakt het dus mogelijk om grote prooien naar binnen te werken, maar ook deze eigenschap van de meerval is dus niet bedoeld om de communicatie te bevorderen.
Aaaaaaa!
Als jij een langgerekt geluid aan je stemplooien ontlokt en daarbij je mond wijd opentrekt hoor je waarschijnlijk de klinker ‘Aaaaaaa’. De ‘aa’ is onze meest open vocaal. Niet voor niets vraagt de huisarts of je even ‘A’ wilt zeggen als die achter in je keel wil kijken; daarmee ontstaat lekker veel kijkruimte. Behalve een opengevallen onderkaak staan bij deze mondstand je lippen ver van elkaar en ligt je tong op de bodem van je mond. Op die manier laat je mondholte je stem ongefilterd passeren om zo deze open klinker te laten klinken.
IE! (en oe?)
Zodra je ‘ie’ gaat zeggen is er van een kaakval geen sprake meer. Je mondstand bij deze klank valt beter te definiëren met: onderkaak omhoog (kiezen bijna op elkaar), je lippen gespreid in een glimlach-achtige positie en je tong in de vorm van een soort van glijbaan: je tongrug raakt bijna je zachte gehemelte, de zijkanten raken de binnenkant van je bovenste kiezen en de punt ligt tegen de ondertanden. Op deze manier filter je je stemgeluid: je manipuleert de boventonen van het geluidssignaal waardoor de gesloten vocaal ‘ie’ ontstaat.
Je tongpositie bepaalt, samen met de vorm van je lippen en je kaakval, de klinker die je produceert. Vraagje voor jou: in welke stand of positie bevinden zich je kaak, je lippen en je tong wanneer je de klinker ‘oe’ vormt? Tip: Houd je stem een aantal seconden lang op een toon aan de praat terwijl je dit doet. Hoe langer je de ‘oe’ aanhoudt, hoe preciezer je kunt voelen welke mondstanden je gebruikt.
Win mijn boek!
Weet je het antwoord op bovenstaande vraag over de ‘oe’? Mail me dan! Ben je één van de eerste drie inzenders met een juiste definitie, dan stuur ik je een gratis een gesigneerd exemplaar van mijn boek op.
In ‘HOE ZAL IK HET ZEGGEN’ schrijf ik in hoofdstuk vier over de vorming van klanken (klinkers, tweeklanken en medeklinkers) en hun relatie met je stem. Worstel je met je articulatie, je verstaanbaarheid of je zeggingskracht? Maak dan een afspraak voor een individuele sessie of doe in een klein groepje mee aan de workshop ‘van Sprekende Professional naar Professionele spreker’.
*Diezelfde Ernst Heinrich Weber is overigens ook de bedenker van de stemvorkproef. Door een trillende stemvork op het hoofd van een patiënt te plaatsen kan de aard van een eenzijdige gehoorklacht worden onderzocht.





reageer