
Je bent een spreker. Dus je mond houden is geen optie. Wel komen bij sprekers kleine brokjes zwijgzaamheid voor in de vorm van pauzes. Die helpen luisteraars de stof verwerken. Veelbetekenend zwijgen kan ook. Afhankelijk van de spreeksituatie (één op één, vergadering of volle zaal) kan zwijgen voor rust zorgen, of voor inkeer. Je kunt er ruimte mee geven aan onuitgesproken vragen of verzwegen verwachtingen maar je kunt er bijvoorbeeld ook een onheilspellende dreiging mee oproepen.
Je lichaam spreekt
Maar of je nu spreekt of zwijgt, je lichaam zendt signalen uit: lichaamstaal. Over het algemeen loopt die parallel aan je gedachten, emoties en: je spraak. En dan heb ik het niet over (expliciete) gebaren (stopgebaar, wenken, wijzen, dikke vinger) maar over de indruk die je mimiek, houding en beweging achterlaten. Lichaamstaal wordt door luisteraars over het algemeen niet actief geïnterpreteerd maar onbewust als non-verbale informatie gecombineerd met wat je zegt. Je boodschap kan er krachtiger door worden of juist door worden ontkracht. Je brengt er dus focus of afleiding mee aan.
Cursus lichaamstaal
Je lichaamstaal spreekt over het algemeen vanzelf, maar in het middelpunt van de belangstelling kun je overbewust worden van je lichaam waardoor je je opeens houterig of gekunsteld gaat gedragen. Wat nu? Een cursus ‘waar laat ik mijn handen’ vergroot dat zelfbewustzijn alleen maar uit en daarmee de kans op incongruentie: luisteraars geloven je niet (meer). Wanneer je ‘authentiek’ wilt overkomen is ‘jezelf zijn’ echt de beste optie. Het heeft als spreker weinig zin om lichaamstaal apart te gaan zien van wat je denkt, voelt en zegt. Oftewel: lichaamstaal moet je niet losmaken van wie je bent.
Hoe (sta en beweeg ik) dan?
Net als bij je taalgebruik is het belangrijk om bij jezelf te ontdekken welke bewegingen jouw verhaal versterken en hoe jouw houding bijdraagt aan je boodschap. Jóuw bewegingen en jóuw houding dus. Om daarachter te komen moet je natuurlijk wel in beweging komen. Boeiende sprekers laten hun mimiek, gebaren, houding, positie en beweging ‘meepraten’ over hun onderwerp. Sommige sprekers bewegen te veel. Anderen te weinig. Maar: ze bewegen. Voor die beweging gelden principes, maar geen vaste regels. En er zijn dus uitersten: Je beweegt niet. Klacht: er gaat niets van je uit, je bent stijfjes of bang, je houdt terug, je leeft niet. Of: Je beweegt te veel. Klacht: je leidt af, je maakt duizelig, je bent te druk, je vermoeit. Of: Je maakt tegenstrijdige bewegingen. Klacht: je verwart, je liegt, je weet niet waar je het over hebt, je bent kunstmatig, je spreekt uit naam van iemand anders. Een vuistregel is dat een passende houding of beweging verschilt van persoon tot persoon. Om erachter te komen wat jou het beste past volstaat het dus niet om een groot spreker te imiteren. Of om te leren waar je bijvoorbeeld je handen moet houden en wat het betekent als je ze in een bepaalde positie toont. Beter is het om ermee te gaan experimenteren.
Oefenen
In mijn inleiding hoofdstuk acht van ‘Hoe zal ik het zeggen’ begin ik met de volgende oefening om te gaan ervaren wat bewegingen en posities teweeg kunnen brengen:
“Naar achteren lopen? Zwijg
– Neem oefenzin 10: ‘Ik beschouw hiermee de zaak als afgerond.’ Spreek hem drie keer uit: één keer stilstaand, één keer terwijl je naar voren loopt en één keer terwijl je naar achteren loopt. Als het goed is, merk je nu dat de zin telkens anders overkomt.
– Omschrijf voor jezelf de verschillende intenties die je kunt registreren.
– Doe hetzelfde met oefenzin 22: ‘Jij kunt ervoor zorgen dat deze zaak hersteld wordt.’ Je merkt gaandeweg vast dat je driemaal iets anders lijkt te bedoelen met steeds diezelfde zin.
– Omschrijf opnieuw voor jezelf welke verschillende intenties hier voor jou boven komen drijven.
Je richting van bewegen speelt in dit geval met de intentie van je boodschap. Onthoud dat de beweging naar voren en naar achteren een stevig effect kan hebben op wat je beweert of vraagt, en houd daar in de praktijk rekening mee. Een terugtrekkende beweging tijdens een bewering of achteruitlopen tijdens het vaststellen van een feit komt zacht gezegd niet sterk over. Wel als je zegt je terug te trekken, je handen ergens vanaf trekt en de zaak overlaat aan het publiek. Aan de andere kant kun je je ook voorstellen dat zin 22 enorm persoonlijk en confronterend kan worden opgevat door een persoon op wie je afloopt. Als dat je bedoeling is: ga je gang. Zo niet: pas op met dit soort bewegingen, zeker als ze gepaard gaan met een wijzende vinger en een fronsende blik!”
P.S. Misschien zijn je armen en handen tijdens de oefening in beweging gekomen, samen met je benen en voeten.
Loslaten
Ga nooit bewegen om dat zou moeten en sta om dezelfde reden nooit stil. Hetzelfde geldt voor arm- en handbewegingen. Oefen je verhaal en let eens op of je handen mee gaan bewegen of niet, laat je natuurlijke neiging om rond te lopen of stil te staan eerst eens even haar werk doen. Kijk daarna verder (er staan nog veel meer oefeningen in mijn boek) wat je verhaal kracht bijzet of onderuithaalt. Laat een ander naar je luisteren en kijken en vraag wat die hoort en ziet. Ben je congruent met je taal en je lichaamstaal of spreek je jezelf tegen? Maakt het uit waar je staat en of je je verplaatst of niet? Probeer het uit en gun jezelf de vrijheid om daarin jezelf te zijn.
Houd je daarna nooit meer trillend vast aan een katheder maar beweeg, maak contact, ontspan en vertel.
In mijn atelier op Scheveningen geef ik individuele sessies of een workshop van een dag aan professionals die spreken. Je bent van harte welkom!
*”He who has eyes to see and ears to hear becomes convinced that mortals can keep no secret. If their lips are silent, they gossip with their fingertips; betrayal forces itself through every pore.”
Sigmund Freud, 1905. Bron: The library of congress.
#stem #spraak #spreken
#zilver #kwik #goud
#houding #beweging #mimiek
#lichaam #ledematen #gezicht
#verbaal #nonverbaal
#taal #lichaamstaal #boodschap
#positioneren #bewegen #gesticuleren
#stemdocent #stemcoach #stemtrainer





reageer