Sprekers-spagaat: authenticiteit of een koud kunstje?

Aaron Jasinski bron Chris DancyIllustratie: Aaron Jasinski | Bron: Chris Dancy

Als een spreker authentiek overkomt op een publiek, hoeft dat voor de spreker in kwestie niet “authentiek” te voelen. Sterker nog: een spreker kan sterk het gevoel hebben dat hij/zij acteert, hard aan het werk is en actief omgaat met alles wat er om hem heen speelt.

Spreken
Op het moment suprême is een spreker vaak geënerveerd, overalert en sterk geconcentreerd. De toestand waarin een spreker tijdens het spreken verkeert varieert in zijn eigen beschrijving nogal: van o.a. ‘druk in het hoofd’, “fysiek ingespannen”, “boven zichzelf uitgestegen” tot “ongelofelijk ontspannen”, “alsof het allemaal vanzelf kwam” en “alsof ik aan het surfen was”.
Belangrijk om te weten is, dat de oorzaak van dit gevoel ligt in de aard van de voorbereiding.

Wat vooraf ging
De inhoud is op orde. Lichaam en geest in conditie. Het professioneel inhoudelijke en het persoonlijk expressieve deel zijn uitvoerig aan de orde geweest: doorspreken, oefenen, trainen. In de voorbereiding wordt toegewerkt naar een definitieve voordracht, waarbij de spreker in staat is de inhoud doelgericht en functioneel op de omgeving af te stemmen. Elke nieuwe combinatie die voortkomt uit de aandacht voor beide kanten (professie en persoonlijkheid, inhoud en vorm), levert een nieuwe en unieke modus op. Hoe dat ook aanvoelt en hoe dat er ook uitziet.
Professionele inhoud en persoonlijk functioneren vallen samen in een eenmalige, unieke presentatie.

Actief handelen
Een goede spreker handelt niet vanachter een masker, doet geen ‘kunstje’ of ‘truc’ maar regisseert zijn handelingen vanuit een ander perspectief dan ‘iemand die praat’. Daarmee is een spreker regisseur en en acteur ineen.

Samenwerking
De regisseur houdt de vorm, inhoud, volgorde, timing en interactie in de gaten – speelt in op onverwachte gebeurtenissen met de nodige aanpassingen. De regie benut de speelruimte die er is.
De acteur speelt zijn rol en voert de handelingen uit (spraak, beweging, interactie) waarin hij is getraind.
De acteur laat zich ook niet afleiden door goedbedoelde maar éénduidige tips over de adembeweging, de positie van de handen of het lichaam, de richting van de blik of de toon van spreken. De acteur is bezig met zijn werk en doet alles wat nodig is om het gestelde doel* te behalen.

Gemak
Voor de buitenwereld is dat niet zichtbaar – men wacht af op wat gaat komen en luistert naar wat de spreker te vertellen heeft. Men ervaart de spreker als ‘een geboren spreker’ wiens taak hem gemakkelijk, ‘als vanzelf’ afgaat. Hierin kenmerkt zich de ware spreker.

Het geheim
Authenticiteit ligt niet alleen bij de spreker, maar is een gevolg van bewust handelen dat betekenis krijgt bij de gratie van uitwisseling. Een uitwisseling die de spreker bewerkstelligt tussen zichzelf en zijn publiek. Dat levert een oneindig aantal mogelijkheden op voor spreker en luisteraar!

*Het doel van een spreker kan nogal variëren. O.a:

verwelkomen, informeren, intermediëren, verbinden, onderrichten, adviseren, richten, onderzoeken, verkennen, verzoeken, inventariseren, motiveren, ondersteunen, coachen, delegeren, gebieden, eisen, commanderen, werven, verkopen, evangeliseren, pleiten, verdedigen, beoordelen, veroordelen, toelichten, beschouwen, filosoferen, overwegen, uitwisselen, delen, overtuigen, argumenteren, discussiëren, debatteren, becommentariëren, evalueren, waarderen…


 

#edl16 – Blog in het kader van de Europese dag van de Logopedie op 6 maart 2016

Taal, Spraak, Stem, Gehoor

Alex Boon traint sprekers met het vinden van de balans tussen professioneel en persoonlijk, integer en provocerend, functioneel en doelmatig, intentioneel en intuïtief, informeel en zakelijk, communiceren.


 

Advertenties

Haal die kurk uit je mond!

“Stop er maar een kurk in”, hoor je wel eens fluisteren als iemand eindeloos doortettert op het moment dat er bij niemand meer de behoefte bestaat om te luisteren.

Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar diezelfde kurk, bedoeld om de spraakwaterval te stoppen, wordt ingezet bij het oefenen van spreken – en dat is niet bij iedereen bekend.

Veel acteurs, voice-overs en sprekers, maar ook zangers en logopedisten worden in hun studietijd geconfronteerd met de ‘kurk-oefening’.

mond kurkIn het ideale geval wordt zowel op stem- als op articulatie niveau de spraak in positieve zin beïnvloed door deze kurk-oefening. De stem gaat vrijer en volumineuzer klinken, de spieren in de kaak worden warm en beweeglijk, de mondopening wordt ruimer. Eén en ander valt of staat wel met de manier waarop instructie wordt gegeven en in sommige gevallen werkt de oefening traag, nauwelijks of niet bijster effectief (soms zelfs contraproductief). Dit heeft te maken met de verschillende opvattingen of de onbekendheid met de wijze waarop de oefening gedaan moet worden; ongunstige bij-effecten die het plaatsen van een kurk in de mond nu eenmaal veroorzaakt domineren vaak het succes van de oefening.

Kurk 1
De kurk, die volgens de één liggend tussen de voortanden en volgens de ander tussen de kiezen moet worden geklemd tijdens het oefenen kent namelijk enkele nadelen:
De natuurlijke spraakmotoriek en het mondgevoel worden verstoord, er ontstaat een te grote mondopening, er is beperkte lipbeweging en geen lipsluiting mogelijk en er wordt makkelijk ongewenste spanning opgebouwd door de actie van de kaken. Er moet zoveel energie gestopt worden in het omgaan met de nadelen van dit voorwerp in de mond, dat sommige studenten de oefening dan ook meer als een kwelling dan als een stimulans ervaren.

Kurk 2
Een technisch meer geschikte variant op de kurk-tussen-de-kiezen ziet er zo uit: plaats twee schijfjes kurk van 2 à 3 mm dikte links en rechts tussen de kiezen. De lippen kunnen nu tijdens het oefenen gesloten worden (wat bij de vorming van de [m] en de [p] praktisch is) Pas wel op: er bestaat gevaar voor verslikken. Bovendien is de smaak onaangenaam, breken de schijfjes gemakkelijk, laat de kurk regelmatig korreltjes in de mond achter (pffth!) en is het nogal een gedoe om de schijfjes voor eenmalig gebruik te vervaardigen en op hun plek te krijgen/houden.

Overige
Als alternatief voor de kurk worden er allerlei voorwerpen (uiteenlopend van pennen- en stiftdoppen tot aan afgezaagde tandenborstelstelen) tussen de tanden geklemd. Niet zelden schadelijk voor het gebit en menigeen is op het nippertje aan verstikking of verslikking ontsnapt bij het gebruik van dergelijke objecten voor spraakoefeningen. Een Amerikaanse raadt zelfs aan om een kunststof muurplug te gebruiken. Met het advies om er een vislijn door te rijgen (…).

Vingers
Tenslotte zijn er docenten die hun studenten instrueren in het gebruik van vingers of duim, door die tussen de voorste snijtanden te plaatsen. Verslikken is niet meer mogelijk en het gebit wordt gespaard. Wel kan de oefening pijnlijk zijn – bovendien ontstaat een onnatuurlijke houding en wordt de bewegingsvrijheid belemmerd. Enig voordeel is dat je voor deze variant je attributen altijd “bij de hand” hebt en je ze ook niet per ongeluk in kunt slikken…

Spreekbeentje
Maximaal effect wordt verkregen door gebruik te maken van een spreekbeentje, een klein voorwerpje dat speciaal ontworpen is om het mondgevoel, de mondmotoriek en de bewegingsvrijheid zo weinig mogelijk te verstoren tijdens het oefenen. Het kan op een veilige manier worden ingezet om te werken aan een ruim, ontspannen stemgeluid en een actieve en accurate articulatie. Het minimale formaat (dat om de hals wordt gedragen en tevoorschijn wordt gehaald op momenten dat er geoefend gaat worden) maakt het tot een praktisch gebruiksvoorwerp bij stem- en spraaktraining. En waar bij de kurk de instructie ontbreekt (plop!), is die bij elk spreekbeentje in de vorm van een klein boekwerkje of professionele stem- of spraakdocent altijd nabij.
Tip: Gebruik effectief en professioneel gevormd materiaal bij het oefenen van stem en spraak!

www.spreekbeentje.nl

Van Grafstemming naar Afstemming

RIP StemDe laatste jaren zie je het steeds vaker: stem en spraak van acteurs op het toneel worden electronisch versterkt. Meestal met behulp van zendermicrofoons.

Ik ben daar op tegen. En echt niet omdat ik het zo’n vreselijk gezicht vind: die kleine hengeltjes langs de kaaklijn, die extra opsmuk in de vorm van een ‘pareltje’ op het voorhoofd. De foeilelijke ‘huidskleurneutrale’ pleisters in de hals, op de wang of het voorhoofd. Afleiden doet het wel, ja: “Gesneden bij het scheren? Handicap? Security?”

To be or not to be

Wat me echter wezenlijk stoort is het gemis aan “echt geluid”. Echte beleving.

Ik vind het altijd spannend om naar het theater te gaan: met levende acteurs die mij levend toespreken. Persoonlijk en direct. De dingen in het theater gebeuren écht. Ik kan van tevoren nooit voorspellen hóe echt, maar het voelt aan als een belevenis. Als ik dat té eng vind, ga ik zo ver mogelijk achter in de zaal zitten, om wat afstand te creëren. Of juist wat dichterbij, als ik meer risico wil lopen.

Hoorspel

Tegenwoordig zorgt geluidsversterking voor dat afstandelijke effect – of ik het nu wil of niet. Het versterkte geluid komt tussen de acteurs onderling en tussen de acteurs en mij in te staan. De teksten van de spelers komen uit de richting van een geluidsbox of, in het gunstigste geval van “goed uitgevoerde techniek”: uit het midden van het toneel. Het geluid komt in ieder geval niet meer bij de speler vandaan. Als ik mijn ogen sluit, bevind ik mij in een hoorspel.

Desoriëntatie

Daar blijft het niet bij. Meestal bewégen acteurs zich over het toneel. Electronisch versterkt geluid beweegt echter niet mee… het blijft uit dezelfde richting komen. Voor iemand als ik, die gewend is ‘op zijn oren af te gaan’ is dat verwarrend. Ik zie iets anders dan wat ik hoor. Een speler loopt van rechts naar links. Ik geloof mijn ogen niet: de speler beweegt, maar mijn oren vertellen me dat de acteur niet van plaats is veranderd. Ik raak gedesoriënteerd.

Vervreemding

Als er een acteur verborgen is in bed of achter een kastdeur, pilaar of bankstel kan ik onmogelijk vaststellen waar deze persoon zich bevindt. Dat ik niet kan horen waar iemand is of waar iemand vandaan komt (bewegingsgeschiedenis of -verhaal) heeft een vervreemdend effect op me. Ik hoor iemand spreken, in het midden of uit een box, maar moet links, rechts, boven, achter me kijken waar hij of zij zich bevindt… Opeens zwaait er een been boven een leuning uit. Ah. Dáár dus.

Beste professionele, vakkundige, getalenteerde, jonge, ervaren acteur

Hoe is het voor je om je prachtige en kundige stem te moeten inbinden, om ‘gebalanceerd’ over te moeten komen via de microfoon? Hoe is het om rekening te moeten houden met je manier van bewegen, om geen storende contactgeluiden te veroorzaken? En wat vind je ervan dat je niet meer kan afstemmen met je publiek, niet meer zelf kunt bepalen hoe krachtig of indringend je over wilt komen bij het publiek, niet meer met de ruimte in het theater kunt spelen? Zou je je regisseur willen vertellen dat je je vakmanschap niet inlevert voor een microfoon?

Hooggeëerd publiek

Wilt u naar een enorm breedbeeldscherm kijken waarop poppetjes hun bewegingen precies laten passen bij het geluid dat uit de boxen komt? Wenst u wellicht ook nog te kunnen zappen, terug- of vooruitspoelen, pauzeren en/of opnemen? Of wilt u gegrepen worden, iets beleven, gechoqueerd of geëmotioneerd het theater verlaten? Laat het weten en houdt het theater op haar beurt een spiegel voor.

Voorkeuze

Ik selecteer vanaf nu vooraf bij welke voorstellingen de spelers persoonlijk met mij wensen te communiceren en bij welke zij kiezen voor bemiddeling via microfoons. Alleen de eerste vorm van theater kan nog op mijn bezoek rekenen. Ik zoek de confrontatie met acteurs die onversterkt met adem, stem, spraak en beweging werken aan de vormgeving van hun rol en daarmee een sterke aanwezigheid op het toneel. Levend theater, dus.

Evolutie

Wellicht moeten we eerst nog een fase gaan meemaken waarin het ‘unplugged’ acteren opeens als “bon-ton” ervaren gaat worden voordat de excellerende “homo vocalis” weer opnieuw erkend en ingezet gaat worden in de Nederlandse theaters.

Het is niet te hopen dat voor die tijd deze kunst definitief ten grave wordt gedragen, en daarmee de kennis om tot deze kunst te komen – daarvoor ligt zij mij te na aan het hart.