
Een losse tong hebben
Grazende koeien bijten het gras niet af maar slaan hun beweeglijke tong om een pluk gras en trekken het los. Als je wel eens een koe hebt horen grazen hoor je nu misschien in je hoofd het geluid van scheurend gras. Zelf gebruik je je tong niet om voedsel mee naar binnen te trekken, maar je kunt er wel iets mee oplikken. Je kunt ook heel goed voelen met je tong, daardoor ken je álle hoekjes en gaatjes in je mond. De kleinste oneffenheid in je gebit voelt aan als een verkeersdrempel en een haartje of een sesamzaadje in je mond worden met topprioriteit behandeld. Je controleert op die manier ook de consistentie van wat je in je mond stopt: is het glad, ruw, vloeibaar, korrelig, vast of krokant? Intussen proef je hoe iets smaakt: de smaakpapillen op je tong werken samen met je reuk. Tijdens het kauwen werkt je tong ook nog eens als een magazijnmeester om de hap die je nam gelijkmatig door je mond te verplaatsen (bij een koe: tijdens het herkauwen) voordat er tot besluit een stevige slikbeweging mee wordt ingezet.
Het achterste van je tong laten zien
Je tong is veel groter dan je zou denken als je alleen naar de punt kijkt; het grootste deel van onze tong bevindt zich in onze mondbodem en loopt in de richting van onze keelholte. Dankzij een viertal spieren die je tong verbinden met je onderkaak, je schedelbasis en je tongbeen (lees hier meer over in: Mr. Boon meets Mr. Bones’ Hyoid Bone) kun je je tong door je mond bewegen. Je tong zelf bestaat uit nog eens vier spieren die maken dat je tong verschillende vormen kan aannemen. Als baby gebruikte je die beweeglijke tong vooral om te kunnen drinken (zuigen). Maar gaandeweg ben je ’m ook gaan gebruiken om te kunnen articuleren.
Goed van de tongriem gesneden zijn
Als je praat neemt je tong in een razend tempo reeksen articulatie-posities in om verschillende klanken te helpen vormgeven. Door de klanken ‘t’ en ’k’ snel met elkaar af te wisselen (‘tikketikketikketikke…’) kun je voelen hoe snel je tong kan bewegen: ‘t’ met het puntje en ‘k’ met rug. Ook leuk om te proberen: ‘OE’ (je stem lang aanhouden bij deze klank!). Je tong neemt de vorm aan van een Chinese soeplepel en staat stil, midden in je mond, vrijwel zonder iets aan te raken. Bij een ‘AA’ ligt je tong juist wat slap op je mondbodem (als het goed is).
Met de tong op de schoenen
‘Het hart op de tong hebben, een losse, een gladde of een scherpe tong hebben, een tong als een scheermes hebben.’ ‘Over de tong gaan, boze tongen beweren, de tongen los maken…’ Veel gezegdes met ‘tong’ er in verwijzingen naar spreken, besproken worden of naar zwijgen: ‘Op je tong bijten, het ligt op het puntje van mijn tong. Het werkwoord ‘tongen’ is een verwijzing naar stevig (tong)zoenen of kussen (daar zijn al heel veel blog aan gewijd, ontdekte ik via google). De foto van de rundertong is gemaakt bij Kaashuis Nauta waar ik wel eens een belegd broodje of een flink pond kaas haal als ik even rustig aan wil doen. Ik mag altijd eerst even proeven van hun heerlijke kaas: alsof er een engeltje over je tong piest.
Tongbreker
De tong is een gevoelig en beweeglijk orgaan, dat ons helpt bij onze waarneming en onze expressie. Wil je als spreker aan je spraak werken, weet dan dat het oefenen van de tongmotoriek een belangrijke bijdrage kan leveren aan je spreekvaardigheid en verstaanbaarheid. Niet voor niets oefenen acteurs en zangers hun articulatie met tongbrekers als ‘de koe krabt de krullen van de trap’.
Tip: Als je een keer in de gelegenheid bent om stil te staan bij een grazende of herkauwende koe, doe dan intussen gerust wat articulatie-oefeningen. Ze zal je misschien even nieuwsgierig observeren maar in de meeste gevallen vredig verder grazen. Voor hen die het nodig hebben is ze een prachtig voorbeeld: articulatiebewegingen kunnen nooit overdreven genoeg zijn.
Contact: Bezoek mijn website





Geef een reactie op Wie boek doet, boek ontmoet (4) – Blog Reactie annuleren