
Een rol spelen, emoties tonen, intenties aanbrengen: door sprekers wordt dat vaak als ‘acteren’ afgedaan: een kunstje of een truc. En ja, acties die niet zijn verbonden met de innerlijke drijfveren van een spreker komen geveinsd over. Wenst zo’n spreker neutraal, afstandelijk of zakelijk op te treden, dan zal dat zeker gekunsteld overkomen.
Stem af op de luisteraar
Het brein van de luisteraar is niet alleen op neutrale kennis en feiten uit. Het scant de spreker voortdurend: “Is deze persoon geloofwaardig en te vertrouwen? Heb ik een gevoel bij deze spreker en kan ik instemmen met wat deze spreker wil bereiken?”
Wanneer de bedoelingen van een spreker niet over het voetlicht komen, ontstaat er na enige tijd verwarring of achterdocht bij de luisteraar.
Net even anders
Acteren betekent niets anders dan ‘handelen’. Wil je als spreker bij je luisteraars binnenkomen dan moet je actief met je optreden bezig zijn. Groot maken wat klein is. Uitspelen wat niet in woorden kan worden uitgedrukt. Dat kan in het begin wat overdreven aanvoelen omdat ‘dat beetje extra’ afwijkt van je normale spreekgedrag.
Overdrijf
Door die extra handeling zal het effect van je boodschap veel concreter zijn. Besteed dus expliciet aandacht aan deze drie punten wanneer je je voorbereid. Zelfs wanneer je aan één van die drie punten aandacht besteedt zal het onmiddellijk het contact met je luisteraars beïnvloeden. Kies er maar eens één en oefen die groots en overdreven. Laat daarna eens aan iemand horen wat je aan het doen bent en vraag om een reactie. “Mmmh. Overdreven? Valt mee. Ik merk wel dat de boodschap heel goed binnenkomt.”
Oefenen
Bereid je tekst voor en kies tijdens het oefenen van je optreden een rol, een emotie of een intentie. Wees niet te voorzichtig of bescheiden, denk bijvoorbeeld maar aan de karaktertjes die je nadoet wanneer je kinderen aan het voorlezen bent (Doe je dat nooit? Ga er dan eens heel snel aan beginnen!!!) Je taal is gekoppeld aan je karakter, je emoties en je intenties: je zult gaan horen hoe je taal telkens verandert tijdens het oefenen. Dat alleen al levert veel bruikbaar materiaal op.
Doel
Een voorwaarde om deze oefening in de praktijk te laten werken is dat je deze koppelt aan een duidelijk doel en aan het publiek waar je voor spreekt. Wat wil je bereiken met je publiek, hoe zitten ze erbij als je klaar bent met spreken? Is je doel niet duidelijk? Zorg daar dan eerst voor; je zult zien dat het je helpt in je manier van praten. En nu: aan de slag!
Rol / karakter
Beeld je in vanuit welke rol je spreekt: de deskundige of de leek, de ouder of het kind, de gedupeerde of de dader. Probeer verschillende rollen uit: eerst een priester, daarna een clown of een heks. Luister telkens goed hoe je taal verandert en hoe de boodschap een andere waarde krijgt
Emotie
Doe hetzelfde met verschillende emoties. Werk ook met tegenstellingen: wanneer je een vervelende boodschap brengt zou je dat eens heel vrolijk kunnen proberen (en andersom, natuurlijk) alleen al om het effect te ervaren. Observeer de veranderingen in je taal, je gezichtsuitdrukking, je bewegingen en je houding.
Intentie
Wil je urgentie of juist ontspanning, de knuppel in het hoenderhok of geruststelling, kom je een cadeautje brengen of ga je iets afpakken? Probeer verschillende intenties uit en merk ook hier hoe sterk je verhaal verandert wanneer je met de luisteraars meeleeft of juist met afkeer naar ze kijkt. Merk hoe je houding, je stem en je bewegingen wijzigen zodra je van intentie wisselt.
Opbrengst
De kunst van acteren is dat het uit jezelf moet komen: het mag nooit een kunstje worden. Dat zal ook heus niet gebeuren wanneer je met (één van) bovenstaande voorbeelden oefent. Alleen jíj bent in staat om deze versie van het verhaal te laten zien: je wordt juist heel erg jezelf. Wat je wel zult terugkrijgen is dat je nu als een levendige versie van jezelf overkomt. Nu je jezelf op verschillende manieren hebt horen praten kun je een definitieve keuze maken voor de dynamiek en de taal die je aan je optreden wilt koppelen om je doel te bereiken. Hoe extremer je oefende, hoe genuanceerder je keuze kan zijn.
Hoofdstuk 7 van “Hoe zal ik het zeggen” begint op bladzijde 118 met oefeningen om je taal in beweging te krijgen. Als je meer van dit soort oefeningen voor je optreden kunt gebruiken, start dan met dit hoofdstuk en werk verder naar Hoofdstuk 8 – De praktijk, gesprekssituaties en gesprekspartners.





reageer