
Uit: “Hoe zal ik het zeggen”, hoofdstuk 8
Contact – je publiek tegemoetkomen
Inmiddels kom je aan op je afspraak, loopt de zaal vol of begint de vergadering. Zorg ervoor dat je contact maakt. Dat doe je met je ogen door de ander aan te kijken, met je spraak door mensen te begroeten en, als dat kan, via lichaamscontact: je geeft een hand, een schouderklopje of je omhelst de ander. Doe dit ook als je kort voor aanvang voor een groep moet spreken, of het nu een klein of groot publiek is dat in de zaal zit. Zij komen in de regel niet naar jou toe, dus is het aan jou om met hén contact te maken. Voordat je begint te spreken, kun je daar al tijd voor nemen, bijna op dezelfde manier zoals je dat individueel doet. Zolang je zwijgt, beweegt en naar een plek op zoek bent waar je gaat staan spreken, zolang heb je ook de tijd om rond te kijken, oogcontact of gebaren te maken. Als je op je plek staat, kijk je nog even rond en vervolgens spreek je een eerste zin uit. Alle bewegingen die je maakt, handelingen die je verricht en blikken die je werpt, helpen je publiek om jou als spreker te verkennen, om contact met je te leggen. Ze horen je stem tijdens het uitspreken van je eerste zin en vormen hun eerste indruk. Je gedrag (rondwandelen, mouwen opstropen, rondkijken) kunnen ze plaatsen: je weet blijkbaar wat je doet, je voelt je thuis en je heet ons welkom. Kortom: je bént er helemaal voor ons en stelt ons zo op ons gemak.
Na je eerste zin zwijg je dus even. Stilte na de eerste zin? Ja, want als je meteen zou starten met spreken, belet je dat mensen hun eerste indruk even kunnen verwerken. Bij die eerste zin luisteren ze nog niet echt naar je inhoud, ze zijn nog niet helemaal klaar voor je. In de korte stilte die volgt, komt dat allemaal in orde. Kijk dus rustig om je heen en kijk zeker niet weg; je publiek kan geen contact maken wanneer je het niet aankijkt. Aan de andere kant zorgt een halve minuut lang stil je publiek in te staren weer voor ongemak. Probeer dus uit hoelang je ongeveer stil kunt zijn voordat mensen op hun stoelen beginnen te schuifelen of zenuwachtig beginnen te giechelen.
Belangrijke instrumenten die je verder nog hebt om contact te maken en te onderhouden: luisteren, bewegen en natuurlijk spraak en taal.
Contact – luister naar je publiek
Wil je aanwezig zijn en een band scheppen, luister dan van tijd tot tijd en blijf rondkijken; kijk je luisteraars aan. Hoe gedraagt je publiek zich en hoe zitten ze erbij? Misschien doe je zo wel informatie op die invloed gaat hebben op je eigen manier van bewegen en praten. En misschien wil je wel een observatie delen als je vermoedt dat een opmerking of vraag over hoe we er nu bijzitten je relatie met de luisteraars verbetert.
Je kunt met je blik (jou bekende) mensen al begroeten zonder iets te zeggen. Elke positieve vorm van contact en aandacht die je in stilte besteedt aan een luisteraar, zal door een hele groep als positief worden ervaren. Iederéén begint zich een beetje welkom te voelen! Neem dus af en toe even tijd om contact te maken en dat contact te onderhouden tijdens het spreken. Voor jou voelt dat misschien supergekunsteld en ongemakkelijk, maar voor je publiek voelt het als aandacht, voor hen is het fijn.
Contact – beweeg met je publiek
Zoals je in hoofdstuk 7 hebt uit kunnen proberen: je lichaamstaal spreekt boekdelen. Maak er dus gebruik van. Als spreker kom je vaak vanzelfsprekend terecht op de plaats die de spreker is toebedacht. Dat kan zijn omdat de ruimte nu eenmaal is ingericht met stoelen, een tafel, een projectiescherm, een bos bloemen, enzovoort. Vraag je elke keer opnieuw af of dat wel de plek is waar je wilt zijn. Misschien wil je dichter bij je publiek komen, of verder weg. Misschien wil je links of rechts staan in plaats van er pal voor. Probeer het uit!
Ben je niet gewend te bewegen tijdens het spreken? Probeer het dan uit. Als jij rustig beweegt, heeft dat een ontspannend effect op jezelf én op je publiek. Al was het voor dat laatste alleen maar vanwege het feit dat er beweging op het podium is. Mensen kijken liever naar een film of desnoods naar een haardvuurtje. Als het maar beweegt. Alles beter dan een effen behangetje.
– Begin eens met rustig wandelen, afgewisseld met stilstaan. Geen haast, niets vreemds. Gewoon een paar stappen naar links, naar rechts of naar voren. Kijk en voel hoe men reageert.
Beweeg gerust, maar maak er geen conditietraining van en verval niet in vaste patronen (looproutes). Dat werkt uiteindelijk hetzelfde als monotoon spreken.
Bovenstaand fragment komt uit het vorig jaar verschenen “Hoe zal ik het zeggen, sleutelen aan je stem voor sprekende professionals en professionele sprekers”.
Kun je soortgelijke oefeningen goed gebruiken voor je optreden, ga dan naar ‘hoofdstuk 8 – De praktijk, gesprekssituaties en gesprekspartners’. Heb je mijn boek niet en schaf je het aan via onderstaande website, dan schrijf ik er graag iets persoonlijks voor je in!
Ik hoop dat je een fijne zomer(vakantie) hebt gehad waarin je op nieuwe plekken inspirerende dingen ontdekte. En natuurlijk ook dat je die inspiratie kunt gebruiken nu je weer aan de slag gaat!
Alex





reageer