
‘Eeuw’: grappig woord. Als je het heel langzaam uitspreekt hoor je aan het begin ‘ee…’ en aan het eind ‘…oe’. En als je goed luistert hoor je dat er ook nog een ‘…ie…’ en een ‘…uu…’ voorbijkomen: ‘eeieuuoe’. Waar komen die ‘ie’, ‘uu’ en ‘oe’ vandaan? En nu ik toch bezig ben: wat doet die ‘w’ daar? Je schrijft ‘m wel maar zegt ‘m niet. Eeuw, meeuw, geeuw, leeuw, schreeuw…
Tijd om te klinken
Laten we eens een minuut tijd besteden aan klinkers; die klanken gebruiken we op twee manieren in onze spraak.
Bij de eerste manier vorm je stemgeluid in de mond om tot een herkenbaar eindproduct. Dat doe je door met je lippen, tong en kaak een vaste positie te kiezen. Elke klinker met zo’n vaste positie kun je verlengen door je stem aan te houden. De tijd heeft geen vat op de vorm van zulke klinkers, ze behouden hun klank zo lang er adem beschikbaar is.
Bij de tweede manier beweeg je van de ene naar de andere klinker met lip-, tong- en kaakbewegingen: je produceert een tweeklank. Door die beweging te vertragen geef je jezelf extra tijd om te voelen dat je mond tijdens de uitspraak van een tweeklank een kleine beweging maakt. Even uitproberen:
Bewegen door de tijd: ei/ij, au/ou, eu, ui
Al deze tweeklanken bewegen: produceer ze maar eens heel traag. De tweeklank ‘ei’ (of ‘ij’) beweegt van ‘e’ (uit ‘pet’) naar ‘ie’. En de ‘au’ van ‘a’ (uit ‘kat’) naar ‘oe’. De ‘eu’: van ‘u’ (uit ‘put’) naar ‘uu’. De ui eindigt ook op ‘uu’ maar start op een klinker die we niet goed kennen (wel in den Haag!), namelijk de ‘œ’ (uit ‘freule’). Omwille van de tijd ga ik daar nu verder niet op in; in mijn boek heb ik er een aparte bijlage voor ingericht: het ‘tweeklankenverdomhoekje’. Daarin staan nog wel negen ‘verstopte en anonieme’ tweeklanken van het Nederlands. In totaal kom ik dan op vijftien tweeklanken (gevormd met tien klinkers = vijfentwintig vocale variaties!).
Het geheim van (de) eeuw
De Nederlandse ‘ee’ is volgens bovenstaande definitie geen klinker: je kaak en lippen bewegen bij de afronding van de ‘ee’ in de richting van de ‘ie’. Zeg de eeeeeee maar eens heel langzaam, dan kun je de beweging voelen (of zien, wanneer je voor een spiegel gaat staan). In ‘eeuw’ bewegen je klinkers dus eerst van ‘ee’ naar ‘ie’. Maar het wordt nog gekker: wil je vervolgens naar de ‘oe’ dan passeer je de ‘uu’. Probeer maar eens langzaam: ieieieieie-oeoeoeoe… Hoor je de ‘uu’ voorbijkomen? We hebben nu dus: ‘ee’-‘ie’-‘uu’-‘oe’.
Trouwens, ook de Nederlandse ‘oo’ beweegt (naar een ‘oe’). Kijk maar (weer) in de spiegel en zeg ‘oooooooooo’ (wait for it…).
Eind van de eeuw
Maar hoe zit het dan met die ‘w’? Spreek de ‘oe’ aan het einde van het rijtje ‘ee’-‘ie’-‘uu’-‘oe’ maar wat duidelijker uit, dan hoor je ‘eeuw’. Wil je dat woord persé op een ‘w’ (van ‘wat’) laten eindigen, dan zou je onderlip zachtjes tegen je boventanden moeten landen: ‘w’. Maar dat gebeurt niet wanneer je ‘eeuw’ zegt. Het ‘w’-achtige geluid aan het einde van ‘eeuw’ ontstaat door een lipbeweging die vergelijkbaar is met die waarmee in het zuiden van ons land een bilabiale (tweelippige) ‘w’ wordt gemaakt.
Op de vleugels van de tijd
Het gekke van onze ‘oe’ is dat het een tekencombinatie is die niet overeenkomt met de klank die we uitspreken. De klinker ‘oe’ wordt geschreven met twee tekens (o en e) die elk respectievelijk twee of drie verschillende uitspraken kennen (pot, poten / den, dennen, Denen). De ‘oe’ is geen tweeklank maar een klinker met twee tekens. In andere talen wordt de klinker ‘oe’ meestal geschreven als ‘u’. De uitspraak van het Nederlands verandert in de loop van de eeuwen en ook onze spelling wijzigt continu. Misschien schrijven we ‘eeuw’ eind deze eeuw wel als ‘eu’?
Als je er de tijd voor neemt kun je veel uit de beweeglijkheid van je stem en spraak halen door uit te zoeken hoe alles in elkaar zit. Gesproken woorden vervliegen (behalve de gevleugelde: die blijven rondvliegen) dus heb ik er een praktisch en toegankelijk boek over geschreven. Lekker om uit te oefenen. En als je er nu aan begint heb je er de rest van de eeuw plezier van!





reageer